PlusColumn

Verjaagmuziek kan in Amsterdam goede diensten bewijzen

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Een succesvolle horecaondernemer verklapte me ooit zijn geheime ­wapen tegen ­ongewenste gasten die tegen sluitingstijd nog kwamen binnenzeilen om te klieren. Hij zette dan graag de muziek van Jacques Brel op, op het hoogste volume.

De vaste klantenkring ervoer de uitbarsting als een spontane ode aan het Franse levensgevoel en humde hartstochtelijk mee, de drammers, zwammers en zuigers daarentegen waren niet ­opgewassen tegen zo'n grote ­dosis bombastische tederheid en kozen halverwege Ne Me Quitte Pas fluks het hazenpad.

Ook op het Centraal Station heeft de verjaagmuziek zijn ­intrede gedaan. Nadat eerder de duiven en spreeuwen op het station de stuipen op het lijf zijn gejaagd met nagebootste ­geluiden van sperwers en zeearenden, zijn het nu de hangjongeren die met behulp van ­muziek uit de chique IJ-passage worden weggebezemd.

Dat gebeurt niet met Jacques Brel, maar met de hysterisch-opgewekte muziek uit de Efteling. In kleine hoeveelheden zijn de composities nog te verteren, zo is de gedachte, maar na een paar keer luisteren is de irritatiegrens snel bereikt.

De aanpak is een beschaafde variant van het decibellenbombardement waarmee de Amerikanen in 1989 generaal Manuel Noriega verjoegen uit de ambassade van het Vaticaan waar de Panamese dictator zich had verschanst.

Uit enorme geluids­wagens kwam non-stop keiharde muziek van Guns N' Roses, The Clash en Van Halen.

Een milde vorm van muzikale marteling kan ook in Amsterdam goede diensten bewijzen. Waarom niet de wagens van Parkeerbeheer uitrusten met speakers als wapen tegen bijvoorbeeld de mensen die hun afval buiten de aangewezen tijden op de stoep zetten? Of de ­eigenaren die hun huis meer dan de maximaal toegestane zestig dagen via Airbnb verhuren?

Zeker in de nachtelijke uurtjes moeten een paar nummers van Dries Roelvink, Claw Boys Claw en de Osdorp Posse voldoende zijn om de overtreders huilend met de handen omhoog naar buiten te laten komen, om de vuilniszak haastig weer naar binnen te halen of met de rolkoffer op zoek te gaan naar een ander verblijfsadres.

Tegenover de verjaagmuziek staat het treuzeldeuntje. Daar kreeg ik van de week mee te maken toen ik een lot kocht in mijn favoriete sigarenzaak in de Bijlmer. In Surinaamse kansspelkringen heet het dat de grote geldprijzen alleen worden gewonnen door rijke witte mensen. Toch blijven de klanten van mijn sigarenzaak koppig in groten getale loten aanschaffen.

Ik steun hen daarin, ook omdat ook deze winkel een geheim wapen heeft: reggae. Ik was er deze week in alle vroegte, maar uit de speakers schalde Love Is Overdue van Gregory Isaacs. Het lot was snel gekocht, maar ik ben het hele nummer blijven hangen, kijkend naar de krassers, de Cubaanse sigaren in de humidor en de postpakketten voor de andere kant van de wereld.

Ik had een dringende afspraak, maar de muziek besloot dat die maar even moest wachten.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden