Marcel LeviBeeld Artur Krynicki

Vergeet de R, kijk naar superspreaders

PlusMarcel Levi

Heeft u onlangs ook zo genoten van staatssecretaris Mona Keijzer over het coronavirus bij Op1? Zonder blikken of blozen produceerde ze een waterval aan semi-intellectuele, vage en voor haar tafelgenoten zichtbaar onbegrijpelijke uitspraken. Ze kwebbelde minutenlang vrolijk over de R en verzekerde ons dat zij en de andere bewindslieden in het kabinet meer dan dagelijks kijken naar de R, omdat die hun zal vertellen of de cafés en bioscopen weer open kunnen.

Beetje jammer voor hen dat de R zo langzamerhand niet meer gezien wordt als de belangrijkste maat voor verspreiding van het coronavirus. De R is het reproductiegetal van alle virusinfecties en staat voor het aantal andere mensen dat kan worden besmet door één patiënt. Epidemiologen hebben inmiddels door dat de relevantie en betrouwbaarheid van de R heel verschillend is bij verschillende aantallen geïnfecteerde mensen. En dat bij grote lokale verschillen in virusinfecties een landelijke R weinig informatiewaarde heeft. Ook is het lastig de R accuraat te meten bij een infectie als Covid-19, die bij veel mensen met weinig symptomen of zelfs ongemerkt voorbijgaat.

Een andere tekortkoming van de R is dat het een gemiddelde maat is. De R gaat eraan voorbij dat sommige covid­patiënten helemaal niemand infecteren, terwijl anderen juist veel mensen met het virus besmetten. Het idee dat sommige mensen functioneren als superspreaders, werd voor het eerst geopperd door de ultraslimme viroloog Jaap Goudsmit, na de explosie van coronapatiënten in Noord-Brabant direct volgend op carnaval. Inmiddels weten we dat superspreaders verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de virusbesmettingen en lokale uitbraken.

Superspreaders zijn mensen die voortdurend grote hoeveelheden aerosolen en kleine druppeltjes de wereld inblazen. Soms zijn ze makkelijk te herkennen aan hun vibrerende stembanden, tongrollende spraak en flapperende lippen. Zij sproeien zichtbaar en voelbaar speekseldruppeltjes rond. Spreken met consumptie, noemde mijn oma dat. De ongewenste traktatie van nu bij deze consumptie is een liefst te vermijden dosis coronavirus.

Ook zingen, schreeuwen of hijgen produceren meer aerosolen met virusdeeltjes dan goed is voor andermans gezondheid. Superspreading is echter niet altijd zichtbaar. Bij gewone spraak kan het ook alleen het gevolg zijn van anatomische verschillen in de lengte en breedte van de diverse holtes en kanalen tussen longen en ­lippen.

In plaats van alleen te focussen op voorkomen dat het virus het lichaam binnenkomt, lijkt het minstens zo relevant te begrijpen hoe het virus het lichaam verlaat. En waarom sommige mensen bij elke ademhaling minder dan 100 viruspartikels uitscheiden, terwijl anderen met gemak per minuut 10.000 virusdeeltjes de wereld inblazen. Dat is superrelevante kennis om overdracht van virus­infecties en bijvoorbeeld het nut van mondkapjes te begrijpen.

Marcel Levi is ceo van University College London Hospitals. Daarvoor was hij bestuursvoorzitter van het AMC. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? m.levi@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden