Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Verder uit elkaar kunnen de beenderen van Nescio niet liggen

PlusMaarten Moll

Er zitten twee mannen in de loge. Die met de bril schuift het raampje open.

“Ik ben op zoek naar het graf van Nescio,” zeg ik.

De man kijkt me aan alsof ie nog nooit van ‘den uitvreter’ heeft gehoord, ‘dien je in je bed vond liggen met zijn vuile schoenen, als je ’s avonds laat thuis kwam’.

“Er is net een biografie over hem verschenen,” zeg ik.

Het maakt geen indruk op de man met de bril.

“Nescio,” zeg ik nog een keer.

“Dat is zo’n schrijver,” zegt de andere man.

Geen enkele reactie. Nescio en de man met de bril zullen altijd onbekenden voor elkaar blijven.

Ik noem het nummer dat ik op een website heb gevonden: 3-79-119.

“Dan moet u naar vak 3,” zegt de man met de bril.

De andere man schudt zijn hoofd.

“Nee, vak 79,” zegt hij.

“Vak 3.” En de man met de bril wijst.

“Luister nou, het is vak 79, derde rij, graf 119.”

“Waar moet ik nou heen?” vraag ik. “Vak 3 of vak 79?”

Ze houden vast aan hun nummer.

Zo blijf je hier eeuwig dwalen natuurlijk.

Ik kijk op de plattegrond. Vak 3: linksonder. Vak 79: rechtsboven. Verder uit elkaar kunnen de beenderen van Nescio niet liggen.

Ik bedank de mannen, en loop De Nieuwe Ooster op.

Eerst maar eens naar vak 3. Een vrij klein vak. Na een kwartier is het duidelijk dat Nescio niet in vak 3 ligt. (In de verte zie ik wel het grote grafmonument van de wielrenner Van Nek, die in 1914 op de wielerbaan van Leipzig een klapband kreeg en twee dagen later overleed.)

Ik kijk op de plattegrond.

Ik maak de Grote Oversteek.

Onderweg schuil ik voor de regen onder de witte paardenkastanje (De Nieuwe Ooster is ook een arboretum).

Vak 79. Langzaam loop ik tussen de graven door en lees de namen. Vrij snel heb ik het graf gevonden.

Jan Hendrik Frederik Grönloh staat er in het steen gebeiteld, met daaronder Nescio.

Het is een eenvoudige zerk, maar slecht onderhouden. Er zitten putten in de steen, sommige letters zijn niet meer goed zichtbaar, of wit uitgeslagen.

Op 22 juni was het 139 jaar geleden dat hij werd geboren.

Een verlepte zonnebloem hangt tegen de steen aan, met gebogen kop.

Ik stel voor dat de biograaf met de opbrengsten van de biografie de grafsteen laat verzorgen.

Het begint weer te regenen en ik schuil weer onder een boom. (Er staat geen bordje bij.)

Ik sta dicht bij een steen waarop de naam Freekie is uitgehouwen. Die op zesjarige leeftijd overleed in het oorlogsjaar 1941.

Al die verhalen die hier liggen.

Ik loop langzaam weer terug naar de ingang.

De man met de bril groet me vriendelijk als ik de begraafplaats verlaat.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden