Opinie

‘Verboden op wildedierenmarkten en nertsenfokkerijen zijn nodig’

We hebben het over het ‘nieuwe normaal’ met een 1,5 metersamenleving. Volgens historicus Maarten van Tunen moet het juist gaan over de balans tussen mens en natuur.

Een Chinese vleesverkoopster in haar stalletje op een voedselmarkt in Peking. Beeld Getty Images

Het voelt ongemakkelijk, of simpelweg onmogelijk, om jezelf midden in een storm bezig te houden met de oor­zaken van die storm. Iedereen is bezig met het doorstaan van de huidige crisis. Maar vanwege de kwetsbaarheid waarmee deze crisis ons confronteert, kunnen sommige discussies niet wachten.

Paolo Giordano schrijft in zijn recente ­beschouwing In tijden van besmetting: ‘Als de noodsituatie is verdwenen, is het tijdelijke ­bewustzijn ervan ook verdwenen.’ De discussie over het ‘nieuwe normaal’ blijft helaas beperkt tot de 1,5 metersamenleving. Dit getuigt van een beperkte visie op de herkomst van virus­uitbraken en hiermee op de bescherming van onze volksgezondheid. Een nieuw normaal dat deze bescherming zou bieden, vereist veranderingen die ingrijpender en langduriger zijn dan een tijdelijke 1,5 metersamenleving.

Politiek schaduwspel

Naar alle waarschijnlijk is Covid-19 van een vleermuis, via een zogenaamd ‘tussendier’ op een wildedierenmarkt in Wuhan, overgesprongen op de mens. Deze overdracht van dier op mens, die maakt dat Covid-19 een zoönose is, lijkt niet beperkt tot China: op 20 mei meldde minister Schouten dat het aannemelijk is dat het virus ook van een nerts in Nederland is overgesprongen op de mens. Vervolgens informeerde de minister de Kamer aan het begin van de week over een hoogstwaarschijnlijk tweede casus van een nerts-mensbesmetting en afgelopen donderdag besloot het kabinet een vervoersverbod voor nertsen in te stellen.

Verboden op wildedierenmarkten en nertsenfokkerijen zijn nodig. De Wereldgezondheidsorganisatie verbood de wildedierenmarkt in Wuhan slechts tijdelijk en een verbod op ­nertsenfokkerijen in Nederland gaat in vanaf 2024, hoewel sommige politieke partijen inmiddels pleiten voor onmiddellijke sluiting. Met sluiting is het gevaar echter nog niet geweken. Integendeel: we moeten oppassen dat onze aandacht zich niet fixeert op een politieke schaduwstrijd waarin de uitbanning van wilde-dierenmarkten een verdwijning van het gevaar zou betekenen.

Genetisch uniform

Een groot deel van het vlees dat we eten, ongeacht het label dat het draagt, komt van genetisch uniforme en geregeld bedwelmde dieren, die in groten getale dicht op elkaar worden gestald. Het immuunsysteem van de dieren krijgt hier geen enkele kans op ontwikkeling. Dit zijn broedplaatsen van virussen.

Recente virusuitbraken laten geen ruimte voor twijfel: H1N1, de varkensgriep, en H5N1, de vogelgriep, vinden hun oorsprong in kippen- en varkensboerderijen. Ook de Q-koortsepidemie die tussen 2007 en 2011 in Nederland rondwaarde, vond haar bron in geitenhouderijen. In vergelijking met het sterftepercentage van het zeer dodelijke, maar minder besmettelijke vogelgriepvirus, 60 procent, is Covid-19 met een mortaliteit van waarschijnlijk onder de 2 procent (gelukkig) aanzienlijk minder dodelijk. Nadat de vogelgriepbesmettingen in 2017 een piek hadden bereikt, verminderde de virus­verspreiding om nog altijd onduidelijke redenen. Wie zegt ons dat een volgend virus niet de mortaliteit van het vogelgriepvirus combineert met de besmettelijkheid van het coronavirus?

Emmers en dweilen

De uitbraak van Covid-19 en de snelle verspreiding zijn gevolgen van menselijk handelen. De natuurlijke habitatverwoesting, die dieren richting de mens dwingt, en de bio-industrie vormen de perfecte omstandigheden voor het ontstaan en de verspreiding van nieuwe ziekten.

Men is bezig met de uitgang van de lockdown, maar een weg terug lijkt even onbegaanbaar als onwenselijk. We zijn bezorgder over mondkapjes dan over de oorzaak van pandemieën: het is alsof we emmers en dweilen aanschaffen in plaats van het lek te dichten. De coronacrisis is niet alleen een gezondheids- en een sociaal­economische crisis, maar ook (en vooral) een bio-ethische: taboes zoals de huidige inrichting van de bio-industrie, onze eetgewoontes en bevolkingscontrole moeten bespreekbaar ­worden gemaakt.

Portaal

Een ‘nieuw normaal’ is afhankelijk van deze discussie. In The Financial Times beeldde de Indiase schrijfster en activiste Arundhati Roy de transitie die we nu doormaken op treffende wijze uit door de pandemie voor te stellen als een portaal: ‘We kunnen dit zwaarbepakt ­passeren, de karkassen van onze vooringenomenheid en haat, onze hebzucht en dode ideeën, onze vervuilde rivieren en leefomgevingen met ons meedragend. Of we kunnen onze reis lichtbepakt voortzetten, op weg naar een andere wereld.’

Wellicht beschouwen we de komende periode later niet als een tijdelijk ‘nieuw normaal’, maar als een aanleiding voor de heroverweging van wat werkelijk normaal zou moeten zijn: een gezonde en veilige relatie tussen mens en natuur.

Maarten van Tunen, Historicus en master­student filosofie aan de ­Universiteit van Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden