Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Verblind door de woorden van Ermanno Cavazzoni

PlusMaarten Moll

Ik zag de man toen ik onder de snelweg door liep om het park in te slaan.

Hij zat op een van de grote stenen die daar zijn neergelegd. Vlak bij de kleine wei waar ooit de alpaca’s Cor en Hans woonden.

Ik had de man hier nooit eerder gezien. Hij keek een beetje verdwaasd voor zich uit en scheen me niet op te merken toen ik voorbijrende.

Twintig minuten later, op de terugweg, zat hij nog steeds op zijn steen onder het beton van de A1. Nu keek hij steeds naar links en naar rechts, en op zijn horloge, alsof hij op iemand wachtte.

Ik zag geen reden hem een vraag te stellen. Van ontreddering of nood was volgens mij geen sprake.

Een paar dagen later – toeval bestaat niet – kwam ik bij Cavazzoni een passage tegen, en moest ik aan de man denken die daar op zijn steen had gezeten.

‘Aan de rand van de stad zwerven vaak ouderen van het mannelijk geslacht die niet over papieren beschikken en aan algeheel geheugenverlies lijden. (…) Het gaat hier om mannen die zomaar plotseling de aandrang voelen van huis weg te lopen, en zich naar een plek te begeven die ze zich echter niet herinneren.’

Het staat in Een kalender van gekkenlevens, de verhalenbundel van Ermanno Cavazzoni.

‘Ze wekken de indruk een afspraak te hebben,’ schrijft hij ook nog.

Het mooie van literatuur is dat je erin kunt geloven.

Ik had de man op de steen al veroordeeld en in het boek gepropt. Hij had, nadat ik die regels had gelezen, eigenlijk geen schijn van kans meer gehad. Ik maakte me nu toch een beetje zorgen.

(Nu zou ik moeten schrijven dat ik hem deze week in de buurt met zijn gezin tegenkwam, maar dat is niet zo.)

Nu ik Cavazzoni had gelezen, dacht ik meer van die mannen te zien. Ik maakte het universeel.

Op de dijk bij mij achter liep deze week een kerel rusteloos heen en weer. En op het stukje land bij het spoor waar het huisje staat met de tekst Philosophy Mystery erop – het is, begreep ik, een soort moestuincomplex dat de NS ooit ter beschikking stelde aan werknemers – zag ik een onbekende man rondscharrelen.

Toen ik hem toeriep of ik hem ergens mee kon helpen, draaide hij zich om. Woeste baard. Zonder iets te zeggen begon hij verwoed met een spade in een stukje land ter grootte van een krant te spitten. Hij hoorde blijkbaar bij een van de huisjes.

En die man op de dijk, vertelde M., woonde in de buurt. Hij zocht al dagen naar zijn kat.

Dan zou het met die man op zijn steen ook wel goed zijn gekomen.

Misschien had ik me toch laten verblinden door de woorden van Ermanno Cavazzoni.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden