Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Veilig rond de kist, met oude fotoboeken

PlusTheodor Holman

We zijn nog steeds in het huis van zus die net weduwe is geworden. We verlenen ondersteuning.

Ik ben dus heel goed geworden in het zetten van troostende kopjes koffie in de keuken, zodat ik me niet met het gesprek binnen hoef te bemoeien. Aan de coronaregels kunnen we niet doen, al proberen we dat wel. Tante Agaat en tante Geertruida, in totaal 161 jaar oud, zijn hier, elkaar vasthoudend en glibberend door de sneeuw, eindelijk gearriveerd en dan zeg je niet: “Nou, tante Agaat, het spijt me, blijft u bij min acht maar lekker buiten staan!”

Het wereldnieuws ontgaat me volledig, want hier heerst verdriet en verdriet wordt beleden in betrekkelijke stilte. Wel dringt geroezemoes tot me door. Het zijn de tantes die naast de kist zitten en door oude foto­boeken bladeren. Ze herkennen iedereen. Als je niet beter zou weten, dan zou je zweren dat ze genieten van de herinneringen. Ik denk ook dat ze dat doen; op oude kiekjes leven de doden nog, net als hun vader en moeder, neefjes en nichtjes. Ze lachen.

“Nog een kopje koffie, dames?”

Ja, ze willen nog een kopje en blijven gekleefd aan de foto’s.

Laatst kreeg ik zelf wat oude foto’s opgestuurd. Ik zag mijn ouders als dertigers in Indië. Wat ik toen voelde, valt niet in één woord uit te drukken. Weemoed, maar ook geluk dat ik die foto’s had; ik moest lachen om de rare broek van mijn moeder en ik ­herkende mezelf in een portret van mijn vader – en dat deed me goed.

“Theodor!” hoor ik opeens, terwijl ik nog eens opschenk, “Agaat en Geertruida willen toch liever iets sterkers. In de kast rechts onderaan ligt port.”

Ondertussen gaat de bel en komen er weer twee dames binnen met bloemen. Samen ergens in de 120.

“Mogen we naar binnen?” vraagt de ene.

Hun mondkapjes lijken bevroren.

“Kom maar, hoor,” zeg ik.

“Wij houden ons streng aan de corona­regels,” zegt de oudste dame.

Ik leg de situatie uit, maar zus komt kijken wie er is en direct daarop wordt er aandoenlijk gecondoleerd en gekust. Ik stel voor: “Er staan nog twee stoelen aan de eettafel. Die kan ik op anderhalve meter van tante Geertruida en tante Agaat zetten en dan kan ik daarachter weer de pianokruk en het keukentrapje zetten en dan zitten we allemaal veilig rond de kist.”

Veilig – het woord klinkt nutteloos.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden