null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Veerkracht: een van de mooiste Nederlandse woorden

PlusBabs Gons

Voor de poort van de begraafplaats De Nieuwe Ooster staat een groep jonge mensen, allemaal hebben ze over hun zwarte outfits een T-shirt met een foto van het gezicht van een jongen aangetrokken. Mijn hart zinkt van mijn borstkas naar mijn buik. Jonge mensen mogen niet dood. Als ik al wandelend dichterbij kom, bemerk ik dat de sfeer bijna uitgelaten is, ze ­praten druk onderling, hier en daar een lach.

Veerkracht vind ik een van de mooiste woorden van de Nederlandse taal. Na ingedeukt te zijn weer terugspringen in de originele vorm. Zijn als een elastiekje. Er is veel te zeggen van ons mensen, maar iets wat me altijd prettig blijft verbazen, is de veerkracht die we tentoonspreiden. Het talent dat we aan de dag leggen om de verschillende facetten van het leven met elkaar te combineren.

Toen ik laatst binnen hetzelfde weekend van een begrafenis naar een verjaardagsfeest fietste, dacht ik bij mezelf: dit doen we toch allemaal maar. Van teleurstelling langs euforie, van verontwaardiging naar geluksmomenten, via pijn naar hoop. Soms zelfs binnen een ochtend. Knap hoe we onszelf af en toe in slaap huilen en de volgende ochtend fluitend eieren bakken. Hoe we boos kunnen zijn en houden van op hetzelfde moment. Hoe we het nieuws op onze tijdlijn tegelijk tot ons nemen: ‘Bas is geslaagd, Angela deelt dat iemand is vermist in de regio Eindhoven, Erik is zomaar blij en Anton is zijn fiets met kinderzitje kwijt, wie doet nou zoiets?’ En dat allemaal zonder handleiding, want die krijgen we niet mee.

Na 22 jaar staat ze er alleen voor. Ze had het niet zien aankomen. Terwijl ze, lieve vriendin, naast me wandelt, draait ze haar gezicht naar de zon. Ze vertelt over het dal waar ze in zit, maakt grapjes met de frietman op de markt. Dan neemt droefenis weer de overhand, dan lachen we weer. Het prachtige gedicht van Judith Herzberg schiet me te binnen:

Hoe is dat zo gekomen
Van altijd blijven slapen
Tot nooit meer willen zien?

Zij zit in die laatste zin, de rouw om de nooit. Liefdespijn is een van de ergste soorten. We ­krijgen er geen dag verlof voor, met gebroken harten verborgen onder onze kleren verschijnen we op werk, manoeuvreren we door het verkeer en maken we lunch klaar voor de kinderen.

Ik denk ook aan een andere goede vriendin, die binnen korte tijd haar dikke lange blonde lokken kwijtraakte en verder door het leven moet met een kaal hoofd. Ze liet een paar tranen, maar herstelde zich wonderbaarlijk snel. Ze kocht een mooie hoed, liet haar wenkbrauwen opnieuw tatoeëren en straalt meer dan ooit tevoren. Echt waar.

Wij mensen zijn echt veertjes. Meesters in combineren. Hoe zwaar het soms ook is.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden