Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Vanzelf ben ik het stereotype van een groot­vader geworden

Plus Theodor Holman

Hij heeft een dik mannetje getekend en boven diens hoofd staat ‘Zzzzz grunk!’

“Dus dit is het geluid dat ik maak als ik snurk?”

“Ja, opa.” Hij doet het zo goed na, dat Koosje ervan schrikt en begint te blaffen alsof we opeens veranderd zijn in een roedel wilde wolven.

Toch vreemd dat ik vanzelf het stereotype van een groot­vader ben geworden; een man die wat door het huis sloft, koffie drinkt en op de bank, terwijl de Tour de France op de tv aanstaat, de snurkspier heeft aangezet.

Ik weet hoe het komt.

Kleinkinderen zijn vermoeiend, ook al zijn ze niet vermoeiend.

Ze hebben aandacht nodig, al hebben ze geen aandacht nodig.

Met kleinkinderen is er namelijk altijd geluid in huis. Je moet op honderden vragen antwoord geven en je stelt er zelf ook een paar honderd, waarop het antwoord meestal ‘nee’ is. “Moet je plassen?” “Nee.” “Wil je niet een boterham?” “Nee.” “Moet je echt niet plassen, je zit zo te drentelen?” “Nee.” Verder vindt de hond dat hij zich ook opeens als kleinkind moet gedragen, en komt steeds iets in zijn bek aanbieden, wat daaruit moet omdat het niet van hem is. “Nee, Koos, dat is de schoen van Bloem, afblijven!” “Nee, Koos, afblijven dat is Kikker van Bloem.”

“Koos mag Kikker wel hebben, opa.” “Nee, Koos mag Kikker niet.”

Eindelijk zit je voor de tv, dan moeten de coureurs nog vijftig kilometer koersen, dan is het eigenlijk verdomd saai en dan val je in slaap.

‘Zzzzz grunk!”

Ik heb de kindertekeningen van mijn dochter bewaard.

Mijn dochter tekende een grote nul en daarin ergens bovenin twee bekraste dropjes die met een dun lijntje met elkaar waren verbonden en die mijn ogen en bril moesten voorstellen.

“Ik zie wel dat jij het bent,” zegt Koning slim, “maar je was toen natuurlijk jonger.”

Koning bekijkt de kinder­tekeningen van zijn moeder.

“Dit ben jij ook hè?” zegt hij.

Ik knik – maar zie opeens dat mijn dochter mijn vader had getekend. Een jaar voor zijn dood. Ik herken hem. De manier waarop hij zijn haar had. Zijn dikke lippen.

Soms heb ik moeite om mijn vaders stem te herinneren, maar opeens hoor ik hem duidelijk.

“Mooi schat,” zei hij toen tegen mijn dochter.

Die dag was een mooie dag. Mijn moeder in de keuken, mijn vader en mijn dochter aan de eettafel.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden