Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Vannacht was het hem bijna gelukt om dood te gaan

Plus Femke van der Laan

“Je bent lang niet geweest, hè? Ik had ondertussen wel dood kunnen zijn.”

Het klopt. Het is lang geleden dat ik de oude man ­opzocht. In zijn kamertje. Met de tafelklok die stilstaat op dertien over half elf. De televisiegids met ezelsoren tot vandaag. De theelepeltjes met de vlag van elke provincie in een kopje op tafel. Noord-Holland ontbreekt. Ik heb Drenthe in mijn koffie. Zes sterren, een toren.

Ik kijk hoe hij in zijn koffie roert. Friesland. Vroeger wilde ik die altijd. Vanwege de hartjes. Nu maakt het me niet meer uit.

Het roeren gaat bibberig. Het klopt. Hij had onder­tussen wel dood kunnen zijn.

“Ik vind het niet erg, hoor.” We kijken elkaar aan. ­“Allebei niet. Ik vind het niet erg dat je lang niet bent ­geweest en ik vind het niet erg dat ik dood had kunnen zijn.”

“Ik weet het.”

Ik zet mijn kopje neer. Pak het schoteltje met de plak ontbijtkoek. Ik zie nu pas hoe scheef ik heb gesneden. De plak is aan een kant flinterdun.

“Wil je liever deze?” Hij tilt zijn lepel een beetje uit zijn koffie. “Friesland.”

Ik knik. Ik pak mijn kopje weer. We ruilen van lepel. Hij een kasteel, ik de hartjes.

“Vannacht was het me bijna gelukt om dood te gaan.” Ik kijk naar zijn bed aan de andere kant van de kamer. Opgemaakt. “Ik droomde dat ik roeide. Eerst in slootjes, tussen de weilanden. Bij elke haal piepte het. Alle koeien keken me aan. Maar gelukkig had ik olie bij me. Daarna ging het ook harder. Toen werden de slootjes een rivier en daarna kwam ik op zee. En ik wist: als ik nu hard genoeg roei dan roei ik zo naar de andere kant. Dan is het klaar. Dat wilde ik wel. Ik heb als een gek ­geroeid.”

Hij kijkt nu ook naar zijn bed. Het is niet gelukt.

“Wat ging er mis?”

“Ik werd moe. Op het moment dat ik daar op zee weer wist hoe oud ik was, lukte het niet meer. Het werd steeds zwaarder. Vroeger zou ik mezelf met gemak dood hebben geroeid.”

Ik kijk naar de Friese vlag op mijn theelepel. “Het zijn geen hartjes, dat weet je toch?” Hij tikt even tegen zijn torentje. “Het zijn bladeren. Van waterplanten.” Even zie ik hem voor me. In een roeibootje. Hij ligt stil in het midden van de sloot. Met zijn spaan tilt hij hartvormige bladeren boven het water uit. Hij laat ze aan me zien.

“Misschien heb ik wel wind mee voor je weer komt.”

Met mijn duim bedek ik Friesland.

“Dat vind ik allebei niet erg.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden