Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Vanmorgen trok ik de witte gympen aan

PlusFemke van der Laan

Het was best een grote boog waarmee ik om de vrouw was heengelopen. Ze veegde de stoep. Voor haar winkel. Er kon niet veel vuil liggen, ze veegt elke dag, maar ik had naar beneden gekeken, naar de gympen aan mijn voeten die nog best wit waren, en was afgebogen. Net niet ver genoeg. Toen de borstel van haar bezem schoot, rolde hij tegen mijn voeten aan.

De vrouw stond met de steel in haar ­handen. “Hoe!” riep ze. Het was net geen vraag. We keken elkaar aan. Verbaasd. Daarna keken we allebei naar beneden. Naar mijn gympen.

Ik heb ze al een tijdje, die gympen. Ze zijn niet nieuw meer, maar nog wel wit. Ik draag ze niet zo vaak. Ik draag meestal mijn oude gympen. De grijze. Het was de bedoeling geweest dat ik ze weg zou doen, het oude paar. Dat ik even zou wennen aan de witte, ze een tijdje zou afwisselen en dat ik dan de oude vanzelf in de gang zou laten liggen, niet op, maar onder het schoenenrekje, waar ze zouden wachten tot ik een keer een muur zou moeten verven of iemand helpen in de tuin. Daarna zou er een woensdagavond komen waarop ik ze, zomaar, in een volle vuilniszak zou doen, vlak voor ik hem dichtknoopte, zonder nadenken bijna; deze kunnen er ook nog wel bij.

Maar zo was het niet gegaan.

Ik was de grijze blijven dragen.

“Sorry. Die zien er nog best nieuw uit.”

Ik buk en raap de borstel op. Mijn vingers verdwijnen in de haren.

Vanmorgen trok ik de witte gympen aan. De oude stonden in de gang. Naast het schoenenrekje. Ze waren nat geworden gisteren. Ik had op een bankje in het park gezeten toen het was gaan regenen. Ik had gekeken naar de druppels die in de vijver vielen. Naar hoe groot de spetters waren, hoe hoog het water opspatte. “Het is al ­bijna voorbij,” had ik gezegd. Alsof ik er verstand van had. Ik wilde nog niet weg. Daarna begon het te onweren. Mijn schoenen werden nat. En de sok aan mijn rechtervoet. Het water kroop door de scheur in de zool. Ik wilde nog steeds niet weg.

De oude gympen waren nog nat toen ik vandaag de deur uit wilde gaan. Ik zag het aan de kleur. Het grijs was donkerder. Zoals ze eruitzagen toen ik ze net had. Ik had de witte aangetrokken.

“Ik heb ze al een tijdje.”

Het stof van de straat heeft grijze vlekken gemaakt op mijn witte gympen. Ik geef de borstel aan de vrouw.

“Het geeft niet,” zeg ik. Het is net geen vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden