James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Vandaag gaan we de Daphne laten zinken’

Plus James Worthy

Verbolgen stamp ik naar de uitgang van de camping. Ik ben zo boos dat ik mijn slippers ben vergeten aan te trekken. Het schelpenpad snijdt onleesbare boodschappen in mijn voeten.

De ruzie begon gisteravond. Mijn vrouw vroeg of ik de tanden van mijn zoon echt twee minuten had gepoetst. Ik zei ja, maar ze geloofde me niet. Misschien had ze ­gelijk. Misschien waren het maar 117 seconden, maar ik poets anders dan mijn vrouw. Zoals plaatsen delict worden schoongeschrobd, zo poets ik.

Het is druk op de boulevard. Ferrarirode Engelsen drinken halve liters, Duitsers met saussnorren vouwen broodjes restvlees bij zichzelf naar binnen en Nederlanders zitten op terrasjes te klagen over de prijs van de croque-monsieur. Mijn maag knort, maar ik ben in alle woede mijn portemonnee vergeten. Ik weet precies waar hij ligt. In de voortent naast de namaakyahtzee.

In het jachthaventje is het rustig. In de verte vraagt een kerkklok om aandacht. Ik kijk naar de boten die aangemeerd liggen. Bijna allemaal dragen ze de naam van een vrouw. Saskia, Sylvia, Elodie, Michelle, Eva, Daphne. Mijn oom heeft ooit eens uitgelegd waarom mannen dit doen. Een man wil een boot, een vrouw zegt dat hij geen boot mag, de man koopt een boot en schildert de naam van zijn vrouw op de boeg. Het is een oude truc. Ze proberen iets romantisch van hun eigen egoïsme te maken.

Op de Daphne, een kleine, gele zeilboot, staat een man te zwaaien. Hij drinkt rode wijn en lacht naar de zon. De man vraagt of ik een glas wijn met hem kom drinken. Ik loop op mijn blote voeten richting het bootje, grijp naar zijn uitgestoken hand en word de Daphne opgetrokken.

Pas als ik tegenover hem sta, zie ik hoe oud de man is. Zijn haar is wit en zijn baard is wit, zijn gezicht woont prachtig tussen de Noord- en de Zuidpool in.

“Ik heb vandaag iets te vieren,” zegt de man, zijn stem klinkt als een roestige grasmaaier.

“Wat viert u dan?”

“Dat ik haar eindelijk los kan laten. Het heeft even ­geduurd. Een jaar of dertig, denk ik.”

“De Daphne?”

“Mijn ex-vrouw, ja. Zo gaan de dingen. Zo gaat de liefde. Eerst heb je wind mee en daarna drijf je uit elkaar. Ze ging vreemd met mijn neef, maar ik heb de naam van mijn boot nooit willen veranderen. Ik kon het niet. Mijn hart was zo vol van haar dat het geen haat kon dragen.”

“Gaat u vandaag de naam van uw boot veranderen?”

“Nee, jonge vriend, vandaag gaan we de Daphne laten zinken.”

“We?”

“Ik heb je hulp nodig, ik ben maar een stokoude Fransman.”

Een uur later zwemmen we terug naar de jachthaven. En vanaf de kant kijken we naar hoe de boot kopje-­onder gaat. Hij slaat een natte arm om me heen. Zijn ogen sturen tranen in de richting van zijn glimlach.

“Nu weet zij ook hoe het voelt om de bodem te raken.”

Mijn vrouw en zoon zijn voor onze tent aan het badmintonnen. Ze stoppen als ze me zien aan komen ­lopen.

“Waarom ben je zo nat?” vraagt mijn zoon.

“Pappa heeft veel te lang gepoetst.”

“Hoeveel minuten dan?” vraagt mijn vrouw.

“Quatre-vingt-zink.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden