Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

Vandaag ben ik genezen van mijn eetstoornis

Plus Natascha van Weezel

Ik ren de roltrap van de Noord/Zuidlijn op bij station Vijzelgracht en zie nog net hoe tram 1 richting Osdorp wegrijdt. Ik vloek, want nu kom ik voor de zoveelste keer te laat. Eenmaal op de Baden Powellweg meld ik me voor de laatste keer bij de receptie van Human ­Concern, een gespecialiseerde ggz-instelling voor eetstoornissen. Vandaag ga ik met ontslag: ik ben genezen. Ik bestudeer de vertrouwde wachtkamer nog één keer: de witte stoelen, de blauwe kaarsen en de kitscherige kussens met daarop de tekst: ‘Happiness is not a ­destination, it’s a way of life’.

Het is vreemd hoezeer je gewend kunt raken aan een plek waaraan je helemaal niet wilt wennen. Toen ik drie jaar geleden begon met mijn behandeltraject, om aan het laatste restje van een oude eetstoornis te werken, schaamde ik me kapot. Als ik een andere afspraak moest laten schieten omdat ik op hetzelfde tijdstip therapie had, zei ik dat ik helaas verwacht werd bij ‘een zeer ­belangrijke vergadering’. Therapie vond ik voor losers en zwakkelingen.

Achteraf gezien vind ik het niet gek dat ik me schaamde voor mijn therapiesessies. Er rust nog steeds een ­taboe op mentale problemen. Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu blijkt dat ruim twee miljoen Nederlanders aan een psychische stoornis lijden. Toch praten we hier onderling ­zelden over. We zijn simpelweg te bang om buitengesloten te worden. Bang dat mensen zeggen: die is gek! In de loop van mijn behandeling zette ik me over mijn schaamte heen. Ik zou me toch ook niet generen voor een gebroken been?

Zodra ik voorzichtig met vrienden en kennissen ging praten over wat ik precies deed op dinsdagochtend in Osdorp, schrokken ze een beetje. Maar al snel gaven de meesten schoorvoetend toe dat zij zelf óók in therapie zaten, of daar ten minste baat bij zouden hebben. Ik hoorde verhalen over depressies, angststoornissen, ­relatiecrises, paniekaanvallen en burn-outs. Hoe kon dat? Mijn vrienden zagen er in mijn ogen zo volmaakt gelukkig uit. Dat klopte dus niet. Omgekeerd geloofden zij ook nauwelijks dat ik me niet zo succesvol en zelfverzekerd voelde als dat ik me voordeed.

Na afloop van mijn laatste therapiesessie loop ik terug naar de tram. Ik kijk nog één keer over mijn schouder naar het bunkerachtige gebouw en rek me tevreden uit. Terwijl ik mijn armen spreid, voel ik hoe mijn strakke spijkerbroek bij de naad begint te scheuren. Mijn grote witte oma-onderbroek wordt zichtbaar en ik barst in ­lachen uit. Onhandig zal ik altijd blijven. En dat is ­prima, want dat hoort nu eenmaal bij mij.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden