Thomas Acda Beeld Artur Krynicki

Van het rotbos naar de Mont Ventoux

Plus

Ik wandel. Dat ligt niet aan die geweldige fiets die ik in bruikleen heb om als ambassadeur van de ALS-stichting de Mont Ventoux te beklimmen. Wel aan de training voor het in mijn ogen Hannibal-achtige fietshuzarenstukje waar ik mezelf in heb laten praten.

De Mont Ventoux, man! En je wist het! Dat is wat die mensen altijd al doen. Niet het kopje van Bloemendaal of de Bibelebontse berg… De Mont Ventoux. Die berg waarom Dumolin waarschijnlijk voor de Giro heeft gekozen. En dan ‘Ik ga alleen elektrisch!’ roepen. Dat maakt in jouw geval toch niet uit? Ga je met de bus, haal je het nog niet.

Nu mag ik ook nog eens niet fietsen. Ik ben gevallen. Of gevallen? Dat zou betekenen dat ik een schuiver had gemaakt of zo. Of was aangereden. Verzin maar een ongeluk. Ik ben gelanceerd. Op een bospad, dat wel gelukkig, al wordt het verhaal er niet heldhaftiger op.

Ik reed alleen, leeg bos, misschien een eekhoorn hier en daar. Ik wilde linksaf, kon ook, ligt een weg. Mooie grijsbruine bosbodem. Hebben mensen eerder gedaan. Zodra ik instuurde, besefte ik dat veel bikers dit eerder hebben gedaan. De grond was rul. Te rul voor de actuele haaksheid van mijn voorwiel. Het ging overdwars, zakte diep weg en bleef vervolgens staan. Alsof het even nadacht en aan de rest van de fiets vroeg: Wat denken jullie? Dit is gewoon een gevaarlijke bocht toch zo? Ja, knikte de rest van de fiets.

Ik zag het als in een topshot in een film, want ik vloog over stang en stuur van de fiets (van het merk Flyer, serieus!) heen. Die bleef even staan en viel toen, als ging hij er gezellig bij zitten, rustig neer. 

Als een wandelaar bij een kruising waar nét twee auto’s zijn gebotst en twee heethoofdigen uitstappen. Even kijken. Dit kon de dag nog weleens gaan breken. Al wat er brak gelukkig was de bodem mijn val. Ik voelde me stuiteren. Op mijn hoofd, schouder en heup. 

Toen lag ik groggy als een omgevallen camera met een te laag shot. Maakte niet uit, het was geen scherp shot. De fiets klapte met het achterwiel tegen de grond alsof hij zich op de dijen sloeg van de pret. 

En daarna klassiek draaien zeker? Yep. Vlak bij mijn hoofd. Ik lag. En stond uiteindelijk op. Er was niemand. Ben je dan wel gevallen, zou een filosofischer figuur kunnen parafraseren.

Nu wandel ik. Door de stad. Veel mooier ook. Rotbos. Over drie weken die berg op. En dan met wielerpensioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden