Lale Gül. Beeld Artur Krynicki
Lale Gül.Beeld Artur Krynicki

Van anderen mocht ik niet blij zijn met de Pim Fortuynprijs. Hoezo niet?

PlusLale Gül

Lale Gül

Vorige week won ik de Pim Fortuynprijs in het 20ste jaar na zijn dood. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een moedige opiniemaker.

Zelf was ik er verheugd over en voelde ik me vereerd, maar anderen hadden veelvuldig de behoefte om mij erop te wijzen dat ik dat allemaal niet mocht zijn. De redenen: omdat Fortuyn een neoliberaal was, omdat hij vooral mooi kon spreken terwijl zijn woorden een hol vat waren, omdat zijn partij, de LPF, een grote puinhoop was en natuurlijk omdat hij een populist, racist en extreemrechtse denker was.

Soit, ik kan het niet allemaal ontkrachten, omdat ik me niet heb verdiept in zijn economische ideeën. Ik zal de beste man ook geen volksheld noemen, filantroop of een mythische profeet.

Behalve dat punt dat hij een populist, racist of extreemrechtse denker zou zijn geweest: dat zal ik zeker ontkennen en die beschuldiging vind ik een hoogst kwalijke zaak, temeer omdat deze grondige misvatting de grootste reden voor zijn moord was. Hij zou volgens zijn moordenaar een gevaar zijn voor minderheden en daarmee voor de cohesie van de samenleving.

Nadat ik op Twitter had gezien dat Fortuyn tot op de dag van vandaag zo wordt gedemoniseerd, viel mijn onderkaak op de grond en voelde ik me bedroefd, boos en moedeloos tegelijk. Twintig jaar nadat hij vermoord werd en 18 jaar na de moord op Theo van Gogh en zelfs op 6 mei, Fortuyns sterfdag, waarop zijn familie, vrienden en aanhang hem herdenken, twitterde men schaamteloos dat Nederland een grote politieke ramp bespaard is gebleven en dat Fortuyn toch wel een charlatan was.

Als kers op de taart twitterde Tweede Kamerlid Kauthar Bouchallikht van GroenLinks dat men zich moest afvragen van wie Fortuyn precies de harten stal en dat zij een trauma aan hem heeft overgehouden. Het was een reactie op de tweet van Kamervoorzitter Vera Bergkamp, die schreef dat de moord op Fortuyn een te betreuren aanval was op onze democratie. Daarmee zei Bouchallikht misschien niet dat opgeruimd netjes staat, maar een dans op Fortuyns graf was het wel.

Hoe abject je iemands meningen ook vindt, ik vind dat je altijd, en al helemaal op iemands sterfdag, moet zeggen dat de moord op een politicus of opiniemaker zeer te betreuren is en een aanval op onze democratie. Die disclaimer miste ik in de tweet van Bouchallikht, maar ook bij vele anderen. Ook verbaasde ik me over de verontwaardiging van Bouchallikhts partijgenoten die twitterden: ‘dus zij mag ineens haar mening niet geven!?’ Niemand zegt dat zij dat niet mag, maar mensen mogen er ook verontwaardigd of boos op reageren of vragen stellen.

Ik was slechts vier jaar oud toen Fortuyn vermoord werd en had zijn naam tot lang daarna niet gehoord, dus ik heb die tijd niet bewust meegemaakt en ik kan er daarom niet veel over zeggen. Wel kan ik met zekerheid verklaren dat ik, nadat ik al zijn interviews met terugwerkende kracht heb beluisterd, onmogelijk een gevaar voor de moslimgemeenschap zie. Integendeel.

Ik zie een man die niet vanaf de zijlijn schreeuwt zonder de behoefte te hebben in debat te gaan en zich in te graven in zijn echokamer. Ik zie een moedige man die de dialoog aanging met imam Abdullah Haselhoef en die zei: ‘Heb ik weleens eerder met moslims gesproken? Ik ga zelfs met ze naar bed, meneer de imam. En daar zetten de gesprekken zich met een behoorlijke diepgang voort.’

Lale Gül schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? l.gul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden