fBeeld Artur Krynicki

Valentijnsdag viel op vrijdag de dertiende

PlusMassih Hutak

Het was ongeveer halverwege de brugklas dat ik doorkreeg wat ik nodig heb om te overleven in deze wereld: hiphop en r&b. Mijn buurt Plan van Gool was hiphop, mijn school Damstede r&b. Basketbal was hiphop, dans was r&b. Mijn Karl Kanibroek was hiphop, mijn Botticellischoenen r&b.

Onze introductieweek van vijf dagen lang geforceerd nieuwe vrienden maken eindigde in een middag zwemmen in het ­toenmalige Floraparkbad. En daar stond zij ineens, in de rij bij de duikplank. Buiten adem van het opblazen van een zwemband want – zo had ze zichzelf wijsgemaakt – van de plank springen was een stuk minder eng met een opblaaskrokodil.

“Zal ik even helpen?” vroeg ik. Ze lachte en drukte de zwemband in mijn handen. Ik begreep niet of dit een manier was om me uit te dagen of een overgave. Hoe dan ook, het was het begin van onze verkering.

Op school hield onze relatie in: net zo wanhopig oogcontact zoeken als het vermijden. Na school hield onze relatie in: met elkaar naar huis lopen.

Vanaf de Rode Kruisstraat onder het viaduct door naar Loenermark en dan of via het Buikslotermeerplein naar mijn huis of via het Baanakkerspark richting Nieuwendam naar haar. Er werden geen handen vastgehouden en er werd niet gekust. Dat akkoord hadden we stilzwijgend bereikt nadat ik had ontdekt dat zij een mp3-speler had met daarop de vol­ledige Straatremix deel 2 mix­tape én het nieuwe album van Usher. Zij het ene oortje in, ik het andere. Wij luisterden niet alleen hiphop en r&b. Wij wáren hiphop en r&b.

Misschien waren het de prikkelende teksten van D-Men of de romantische poëzie van Usher, maar ik vond op een gegeven moment dat er toch echt gezoend moest worden. Valentijnsdag leek mij bij uitstek de perfecte dag. De veertiende viel in het jaar 2004 op een zaterdag. Ons internetvrije leven dwong ons toentertijd tot een verkering waarbij de ander niet bestond in het ­weekend. Dus die vrijdag moest het ­gebeuren.

In plaats van een kaartje kopen bij de Primera vouwde ik een A4 in tweeën en tekende heel groot het hoofd van Tupac op de buitenkant. Aan de binnenkant schreef ik het refrein van Back At One van Brian McKnight. De kaart bespoot ik met het zoetste vrouwenparfum dat ik kon vinden in de Douglas en kocht tot slot één rode roos want ­kapitalisme.

Die dag zag ik haar in beide pauzes niet. Haar beste vriend kwam me net voor mijn laatste les vertellen dat ze me op zou wachten na mijn basketbalmiddag. Dat deed ze normaal nooit.

Toen ik bezweet de gang opkwam, zat zij met gebogen hoofd op een lage, houten bank. Ik ging naast haar zitten en zette de tas met mijn zelf samen­gestelde Valentijnspakket tussen ons in.

“Wat is dat?”

“Niks. Is alles oké?”

“We moeten hiermee stoppen.”

En weg was ze.

Het was vrijdag de dertiende. De dag dat ik mijn allereerste Nederlandstalige tekst ooit schreef. 

Rapper en schrijver Massih Hutak (28) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden