Opinie

‘Vage intenties helpen niet tegen discriminatie’

De rijksoverheid wil discriminatie aanpakken, maar heeft geen flauw idee hoe, schrijft Dave Ensberg-Kleijkers. ‘Het gaat niet lukken met vage coördinatoren.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Onlangs maakte minister Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken bekend dat ze een ‘nationaal coördinator discriminatie en racisme’ aanstelt. De minister acht ‘een meer gecoördineerde aanpak met aandacht voor een overkoepelende en (waar nodig) gerichte aanpak van dit maatschappelijke probleem noodzakelijk’, zo schreef ze aan de Tweede Kamer. Hoe dit er concreet uit zal zien, wordt in de lente van 2021 duidelijk.

Vier dagen na de brief van Ollongren meldde collega-minister Ferd Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid in een toespraak dat er een ‘nationaal coördinator antisemitisme­bestrijding’ komt. Deze coördinator start begin 2021, enkele maanden voor de coördinator discriminatie en racisme. Wat deze coördinatoren precies gaan doen, maar vooral hoe ze zich tot elkaar verhouden, is totaal onduidelijk. Terwijl juist bij wezenlijke onderwerpen als discriminatie duidelijke communicatie en goed verwachtingsmanagement van wezenlijk belang zijn voor het maatschappelijk draagvlak.

Aardbevingen

In 2015 benoemde het kabinet een nationaal coördinator Groningen, in relatie tot de aard­bevingen en alle gevolgen daarvan in het Hoge Noorden. Ook is er sinds 2012 een nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid en sinds 2000 een nationaal rapporteur mensenhandel.

De effectiviteit van zo’n nationaal coördinator of rapporteur hangt sterk af van een aantal factoren. De belangrijkste zijn: de coördinator moet een ruim mandaat en doorzettingsmacht hebben. Maar dat niet alleen. De coördinator moet voor lange termijn, dan wel voor onbepaalde tijd worden aangesteld. En ten derde moet naast de inhoudelijke deskundigheid van de coördinator zelf, hij of zij ook kunnen beschikken over voldoende gespecialiseerde en kundige collega’s. Overigens kost dat alles ook geld, veel geld.

Terug naar de aanstaande nationaal coördinatoren discriminatie en racisme enerzijds en antisemitismebestrijding anderzijds. Het is opmerkelijk dat deze samenhangende vraagstukken worden verdeeld over twee coördinatoren. Antisemitisme is immers een (specifieke) vorm van discriminatie. Net zoals racisme, moslimhaat, seksisme, misogynie, homohaat of leeftijdsdiscriminatie.

Slecht functionerende wet

Naar mijn bescheiden mening dient er één nationaal coördinator te zijn voor discriminatiebestrijding. Deze coördinator moet, net als andere coördinatoren, kunnen rekenen op de deskundige ondersteuning van een goed team. Daarom is het logisch om de nationaal coördinator te verbinden aan het reeds bestaande kennis- en expertisecentrum voor discriminatie Art. 1. Hier werken al onderzoekers, juristen, beleidsadviseurs en communicatiemedewerkers op het gebied van het voorkomen en bestrijden van discriminatie op alle gronden. Het is dus gelukkig niet nodig om een nieuwe organisatie uit de grond te stampen.

Wat de nieuwe nationaal coördinator discriminatiebestrijding kan helpen, is het afschaffen van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. Met deze goed bedoelde, maar slecht functionerende wet zijn alle 355 gemeenten verplicht hun burgers toegang te geven tot een voorziening waar ze hun discriminatie­klachten kunnen melden. Als gevolg van deze decentralisatie van de aanpak van de schending van een grondrecht, ontstaan er op postcodeniveau verschillen.

Niet alle gemeenten voeren een goed anti­discriminatiebeleid, met name de kleinere gemeenten doen dat niet. Daar is dan ook weinig tot geen aandacht voor het voorkomen van discriminatie, bijvoorbeeld via trainingen of het verzorgen van voorlichting. Het voorkomen en bestrijden van discriminatie hoort geen voer te zijn voor ongewenste versnippering en gemeentelijke verschraling, maar een kerntaak van de rijksoverheid.

Anoniem solliciteren

De rijksoverheid kan bijvoorbeeld als werk­gever discriminatie voorkomen in het selecteren van nieuwe ambtenaren, door ‘anoniem solliciteren’ in te voeren. Ook kan de rijksoverheid met behulp van een stevig inclusiviteitsbeleid zorgen dat alle rijksambtenaren zich, ongeacht hun persoonlijke achtergrond, thuis kunnen en mogen voelen bij de overheid.

Een overheid die discriminatie uit eigen geledingen kan weren, is geloofwaardiger richting de rest van de samenleving. Daarbij horen ook politici het goede voorbeeld te geven. Door discriminatiebestrijding tot ‘chefsache’ te laten verklaren en onder de directe verantwoordelijkheid van de premier te laten vallen.

En dat niet alleen. Er zijn in Den Haag politieke partijen die zich openlijk en schaamteloos schuldig maken aan discriminatie en specifieke vormen daarvan, zoals moslimhaat en antisemitisme. Een landsbestuur waarin zulke discriminerende partijen deelnemen, kan nooit geloofwaardig discriminatie bestrijden.

Het kabinet zoekt naar manieren om discriminatie te voorkomen en te bestrijden. Eén nationaal coördinator kan daarin een goede rol spelen, maar er is meer nodig. Is Den Haag daartoe bereid of blijft het bij vage plannen en aardige intenties?

Dave Ensberg-Kleijkers, Oud-voorzitter van Art.1, het kenniscentrum discriminatie Nederland en voorzitter van de Martin Luther King Lezing

Dave Ensberg-Kleijkers. Beeld
Dave Ensberg-Kleijkers.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden