Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Vader wees naar de jongen die zich enigszins schaamde, maar niet wist waarvoor

PlusTheodor Holman

Zijn handje lag in de warme hand van zijn vader. Ze moesten om de een of andere reden snel lopen.

“Niet door de bladeren sloffen, jongen,” zei z’n vader.

Hij schrok wat van vaders stem.

Ze kwamen aan bij een huis met een grote portiek.

Vader belde aan. De deur ging open. Ze beklommen een trap en even later zag hij tante Lies in bed liggen. Oom Robert zat op een keukenstoel naast haar. Vader kuste tante Lies. Oom Robert stond op, gaf vader een hand.

“Jij wil zeker wel een glas limonade?” vroeg oom Robert.

“Mag ik hem eerst een kus geven, Robert?” vroeg tante Lies.

Vader duwde hem naar het bed. Ze gaf een lange kus en zei: “Dag, grote jongen, ga maar met oom Robert mee.”

In de keuken kreeg hij een glas ranja. Oom Robert pakte uit een kast een trommel en zei: “Wil je ook een koekje? Pak er maar twee.”

De koekjes durfde hij niet op te eten.

“Waarom ligt tante Lies in bed?”

“Ze is een beetje ziek.”

“Wat heeft ze?”

“Pijn… pijn in haar buik. Wil je nog ranja?”

Hij schudde zijn hoofd.

Even later kwam zijn vader naar de keuken.

“Ze is in slaap gevallen,” zei hij, “Ik heb haar gekust. Ik kom vanavond nog wel even.”

Oom Robert knikte.

“We moeten weer weg, Robert. Het spijt me…”

“Ik begrijp het,” zei oom Robert.

Even later liepen ze weer op straat.

De jongen zocht zijn vaders hand. Die pakte de zijne alsof hij hem was vergeten. Ze passeerden het pad weer met de herfstbladeren, maar hij lette op niet te sloffen. Zijn vader liep niet snel meer.

Thuis was zijn moeder aan het strijken.

“En?” vroeg ze aan zijn vader.

“Ze wilde hem graag een kus geven.”

Z’n vader wees naar de jongen die zich enigszins schaamde, maar niet wist waarvoor.

“En verder?” vroeg moeder.

Vader keek naar z’n zoon en toen naar de moeder. Hij schudde z’n hoofd.

“We kunnen misschien vanavond met ons tweeën,” zei moeder.

“Ik heb al gezegd dat ik vanavond kom,” zei vader, “maar of dat…”

Hij maakte z’n zin niet af.

“Was ze helder?” vroeg moeder.

Vader knikte. Hij ging op zijn groene stoel zitten, wreef zich in de ogen en hield die daarna dicht.

“Godverdomme,” zei hij opeens.

Moeder keek even op.

“Godverdomme!” zei vader nog eens.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden