Paul VugtsBeeld Artur Krynicki

Vaak wordt me gevraagd: wat heb jij toch tegen Zuidoost?

PlusPaul Vugts

Wat heb jij toch tegen Amsterdam-Zuidoost?

De vraag snijdt me door de ziel, als ik weer heb geschreven over de inmiddels drie groepen (heel) jonge mannen uit het stadsdeel die in België en Duitsland vastzitten omdat ze cocaïne uit de havens van Antwerpen en Karlsruhe wilden halen.

Als ik een recherchechef zijn noodkreet heb laten slaken dat honderden jongens en mannen uit de Bijlmer en omgeving klaar staan om rollen te spelen in de keiharde internationale drugshandel – met liquidaties tot gevolg.

Als ik beschrijf hoe drillrappers, kinderen nog, elkaar ook in Zuidoost met messen en machetes naar het leven staan; waar criminele gangsterrappers en hun entourage in grof drugsgeweld verwikkeld zijn.

Dat ik die verhalen schrijf uit een aversie tegen misschien wel het kleurrijkste deel van Amsterdam, berust op een veelvoorkomende misvatting over journalistiek, misdaadjournalistiek in het bijzonder.

Ik ben dol op Zuidoost.

Fiets of jog er graag langs de laatste honingraatflats van de Bijlmer en door het ruime groen, voetbal er op het Bijlmer Sportpark en sla zelden een editie over van zomerfestival Kwaku – al sinds we nog Kwakoe mochten schrijven. We mogen ons daar tot mijn verdriet niet meer rond de djogo’s scharen, omdat de literflessen Parbobier als wapen worden gezien, maar laven ons in de barbecuemist aan de halveliterblikken en de muziek, het voetbal, het schouwspel.

Met bewondering zag ik onderwijzers en begeleiders bezig op die moeilijke basisschool midden in Holendrecht. De moeder die kinderen uit de bovenbouw voor het eerst leerde knutselen, verdient een eervolle vermelding.

Ik wijs je op de lekkerste roti in Ganzenpoort en dito soatosoep in Poortje – zoals ik vrienden naar de pijpjes bier bracht midden in het pinarende winkelcentrum Kraaiennest, voordat de sloopkogel zijn werk zou doen.

Het vermogen van vele bewoners in grijs gebied een bestaan bijeen te hosselen bewonder ik, als gelukkige voor wie veel kwam aanwaaien.

Maar: op de redactie hebben we de taken verdeeld.

Als misdaadverslaggever leg ik de vinger op de zeerste plekken, vooral.

Problemen adresseren biedt de enige kans die op te lossen, weten we allemaal. Kinderlevens te redden, hier, bijvoorbeeld.

Voor zoveel andere, belangrijke, vaak prachtige verhalen over het leven, de hoop en de politiek hebben we mijn collega’s, met verve aangevoerd door die met het fijnste en liefdevolste pennetje.

De trouwe lezer van Het Parool weet wie ik bedoel. Weet dan dat hij die fraaie stukken ook mede uit mijn naam schrijft – als ik zo vrij mag zijn dat graantje mee te pikken.

Want we hebben juist óók voor Zuidoost een warm plekje in onze journalistieke harten, zoals ik donderdag ook vertelde in een door de stadsdeelvoorzitter geleid gesprek in New Metropolis aan het Bijlmerplein. Ook daar hing goede energie.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als verslaggever. 

Reageren? paul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden