Derk Sauer. Beeld Artur Krynicki
Derk Sauer.Beeld Artur Krynicki

Uitgerekend Quincy Promes begon de grootste vechtpartij ooit in het Russische voetbal

PlusDerk Sauer

Derk Sauer

‘Ik gloei nog helemaal na van het succes van het WK voetbal,’ schreef ik vier jaar terug na het WK in Rusland. Ik noemde het toernooi ‘absoluut een van de hoogtepunten van de 28 jaar die we nu in Rusland wonen’.

Wat begon als een prestigeproject van Poetin, veranderde tijdens het toernooi in een explosie van gedeelde feestvreugde. Eindelijk werd het cliché dat sport verbroedert eens bewaarheid. De bezoekende fans keken hun ogen uit en waren aangenaam verrast door de enorme Russische gastvrijheid – zo anders dan het beeld dat ze van Rusland hadden.

En de Russen die – zeker in de provinciale speelsteden – nauwelijks in aanraking kwamen met buitenlanders, lieten zich meeslepen door het enthousiasme van de bezoekende fans. Op de Russische staatstelevisie zagen ze vóór het WK avond na avond beelden van een boze buitenwereld. Nu dansten Panamezen, Brazilianen, Peruanen en Mexicanen vrolijk uitgedost over straat.

Is het niet veel leuker om in een land te leven waar de politie de burger met een glimlach tegemoet treedt en een feestje op straat niet meteen als een misdaad wordt gezien?

Wat een verschil kan een paar jaar maken. Over het WK in Rusland praat niemand meer, zeker de Russen niet. Na de invasie werd het Russische elftal uit de voorrondes gehaald. Geheel in stijl verkocht de Fifa trouwens wel voor veertig miljoen de tv-rechten van het WK in Qatar aan de Russische staatsomroep.

Maar veel kijkers trekt het niet. De sportcafés in Moskou blijven leeg – niet in de laatste plaats omdat jonge mannen massaal de dienstplicht zijn ontvlucht.

Russische fans moesten het de afgelopen weken doen met twee vriendelijke interlands tegen Tadzjikistan en Oezbekistan, die om onnavolgbare redenen door de Fifa werden goedgekeurd. Bloedeloze potjes die in een vernederende 0-0 eindigden en waar maximaal duizend Russische fans bij aanwezig mochten zijn.

Wat een wereld van verschil met de zinderende kwartfinale tussen Rusland en Kroatië, vier jaar terug, in het volgepakte stadion van Sotsji. Rusland verloor uiteindelijk na strafschoppen. Of met de explosie van enthousiasme nadat Rusland onder Hiddink in 2008 Nederland uit het EK schoot.

Sinds de oorlog is het Russische voetbal – net als de rest van de samenleving – in een vrije val beland. De meeste buitenlandse sterren zijn vertrokken.

Afgelopen week ontspoorde de bekerfinale tussen Zenit Sint-Petersburg en Spartak Moskou, het Feyenoord en Ajax van Rusland, totaal. Uitgerekend Quincy Promes gaf de aanzet tot de grootste vechtpartij ooit in het Russische voetbal, waarbij spelers, reserves, officials en omstanders met elkaar op de vuist gingen alsof hun leven ervan afhing. De scheidsrechter trok zes rode kaarten en het duurde zeker 10 minuten totdat de rust enigszins was hersteld.

“We zijn een land geworden waar geweld wordt geïdealiseerd en de enige manier is om een conflict op te lossen,” zei een Russische sportcommentator. “Geen wonder dat we elkaar op het voetbalveld ook de hersens inslaan.”

Derk Sauer is uitgever van The Moscow Times en columnist bij Het Parool. Hij is ook ­oprichter van de Russische krant Vedomosti en oud-uitgever van RBK Gazeta.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden