Opinie

'Twijfel over teruggave roofkunst is verwerpelijk'

De positie van de Nederlandse Restitutiecommissie inzake Roofkunst is onbegrijpelijk, evenals de betogen van advocaten Hammerstein en Campfens, aldus Frits Barend.

Winters bosgezicht uit de collectie van de Joodse kunsthandelaar Marcel Wolff is aangemerkt als mogelijke roofkunst.Beeld Rijkscultureel erfgoed

Roofkunst is hot, blijkt mede uit een artikel van Hanneloes Pen waarmee Het Parool zaterdag 12 januari de krant opende. Roofkunst is de aankoop van gestolen goederen uit de Tweede Wereldoorlog, dus heling.

Heling is strafbaar, behalve bij gestolen kunst van veelal beroofde Joodse eigenaren. Dan gelden in Nederland ineens andere regels, zoals blijkt uit oordelen van de Restitutiecommissie die beslist over rond de Tweede Wereldoorlog gestolen kunst.

Dan 'hebben nieuwe eigenaren die te goeder trouw een gestolen kunstwerk aankochten, ook rechten'.

Het gevolg van het Nederlandse dievenbeleid is dat (achter)kleinkinderen pijnlijke gevechten moeten voeren om rechtmatige bezittingen van hun merendeels vermoorde Joodse (over)grootouders terug te krijgen.

Hun felste opponenten zijn twee juristen, Alfred Hammerstein, sinds 2016 voorzitter en Evelien Campfens, tot 2015 secretaris van de Restitutiecommissie. Strak geregisseerd openden zij eind vorig jaar de strijd in NRC.

Rechtmatige eigenaar
Zo vraagt mr. Campfens of in de oorlog gestolen kunstwerken altijd moeten worden teruggegeven aan de rechtmatige Joodse eigenaar ('rightful owner'): 'Is dat wel terecht? Hebben nieuwe bezitters die te goeder trouw een werk aankochten helemaal geen rechten? Als iets van nationaal belang is, kan dat volgens internationale verdragen reden zijn voor beperking van de rechten van de eigenaar van een kunstwerk.'

Deze abjecte redenering biedt Nederlandse musea grote kansen. Je laat een Rembrandt uit een privécollectie stelen en schenkt dit schilderij aan een nationaal museum. Dan kan in de denkwereld van die Restitutiecommissie het nationale belang uitstijgen boven de rechten van de eigenaar. 'Zou dat hier dan nooit mogen worden meegewogen,' vraagt jurist Campfens. Dan ben je, zoals wij dat zeggen, behoorlijk in de war.

Mr. Hammerstein schrijft over een 'transactie die zonder de omstandigheden van de oorlog, een gewone verkoop zou zijn geweest. Daarbij is van belang of de koper te goeder trouw was'. Met de misplaatste zin 'zonder de omstandigheden van de oorlog' suggereert Hammerstein niet alleen een soort vrijwillige verkoop, maar toont hij ook een chronisch gebrek aan kennis over de beginjaren van de oorlog.

Frits Barend, journalist, columnist en ­uitgeverBeeld ANP

Geen gewone verkoop
Het is hem blijkbaar niet bekend dat veel Joden al snel 'door omstandigheden van de oorlog' hun banen en dus inkomsten kwijtraakten. Dat Joden in de hoop te overleven of onderduik voor kinderen of ouders te regelen 'vrijwillig' goederen en bezittingen verkochten aan een 'koper te goeder trouw'. Het voormalig lid van de Hoge Raad ziet zo'n verkoop als een 'gewone verkoop'.

Hammerstein: 'In het geval dat de oorspronkelijke eigenaar na de oorlog de mogelijkheid heeft gehad de transactie aan te vechten maar dat heeft nagelaten, kan dit een aanwijzing zijn dat dit zo is.'

Pardon?

Los van het feit dat verreweg de meeste 'oorspronkelijke eigenaren' niets konden aanvechten omdat ze waren vermoord, toont Hammerstein weinig kennis van Joodse overlevenden na terugkeer uit onderduik of kampen. Zij hadden wel iets anders aan hun hoofd dan 'de transactie aan te vechten' over zilveren schaaltjes, gouden sieraden of waardevolle schilderijen.

Als overlevende wilde je weten of je ouders, grootouders, kinderen, broers of zusters hadden overleefd. Was je blij als je een dak vond om onder te wonen.

Soms had je vele jaren na de bevrijding pas ­definitieve zekerheid over het lot van je kinderen, zoals mijn tante Leen. Na de bevestiging van de dood eind 1949 van haar twee tienerdochters interesseerden gestolen goederen haar helemaal niets meer.

Mijn tante Dolly belde na de oorlog als jonge wees aan bij het 'gepulste' huis van haar vermoorde ouders en zag de bontjas van haar moeder aan de kapstok hangen.

'Kunt u dat aantonen, juffrouw Polak?' Dolly had geen bonnetje. Maar Hammerstein ziet het als een bewijs van 'verkoop te goeder trouw' dat mijn tantes hebben 'nagelaten' actie te ondernemen.

Dan ben je ook goed in de war.

Nederland is onlangs tijdens de conferentie bij het twintigjarig bestaan van de Washington Principles, de internationale overeenkomst over naziroofkunst, zwaar berispt over het nieuwe teruggavebeleid, over die afweging van nationaal belang. In plaats van een mea culpa doet de Restitutiecommissie het voorkomen alsof al die internationale vertegenwoordigers niet goed bij hun hoofd zijn en alleen Nederland weet hoe om te gaan met naziroofkunst.

De juristen lijken op de ouders van die soldaat die meeloopt in een grote parade. Zegt moeder Campfens tegen vader Hammerstein: 'Zie je dat onze zoon als enige in de maat loopt?'

Bedrieglijke term
Het zijn anno 2019 veelal (achter)kleinkinderen die ontdekken dat bezittingen van hun (over)grootouders onder de bedrieglijke term verkoop zijn gestolen. Zij strijden voor rechtmatige teruggave, maar stuiten dan op Hammerstein die zonder een nadere toelichting ­beweert dat de eiser aan wie onlangs de teruggave is ontzegd van een schilderij van Kandinsky geen nauwe band had met dit schilderij.

Hoe zeker weet hij dat? Waarom schrijft hij niet waarom hij tot die conclusie komt?

Kortom, de uitspraak van Campfens dat 'Nederland gewetensvol omgaat met roofkunst' en van Hammerstein dat 'het belang van het slachtoffer altijd voorop staat' zijn kreten voor de bühne en aanleiding om de nationale Restitutiecommissie met een rode kaart van het veld te sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden