Femke van der Laan Beeld -

­Tussen het krabben door herhaalt de jongste: ei-ken-pro-ces-sie-rups

Plus Femke van der Laan

We zitten op de bank, de jongste en ik. Ik rechtop, hij schuin tegen mij aan. Het is stil in huis. Zijn zussen slapen nog. Hun vakantie is al begonnen, de jongste moet nog even. We brengen deze laatste ochtenden sluipend door. En fluisterend. Of wijzend. Mijn vinger richting de trap: ga je tandenpoetsen? Zijn vinger richting de keuken: mag ik kersen mee naar school? Als alles klaar is gaan we op de bank zitten. Samen. Tot het tijd is om te gaan.

“Wat lees je?” fluistert hij. Zijn vinger tikt even tegen de onderkant van mijn boek.

“Over een man die wil uitslapen. Maar het lukt hem steeds maar niet.”

De jongste kijkt even naar mijn gezicht. Of ik het meen. Of er echt verhalen geschreven worden over mannen die willen uitslapen. En of ik die verhalen echt wil lezen.

Ik kijk naar de arm van de jongste. Naar het patroon van puntjes en streepjes op zijn huid. We hebben gekampeerd dit weekend. Tussen de eikenbomen. Toen de jongste wakker werd, zat zijn huid vol bultjes. ­Tussen het krabben door bleef hij het nieuwe woord herhalen: eikenprocessierups. Langzaam uitgesproken. Ei-ken-pro-ces-sie-rups. De jeuk ging over. Nu zijn er nog de puntjes en streepjes. Puntjes van de rups, streepjes van het krabben. Het ziet eruit als een boodschap in morse. Misschien staat er wel ei-ken-pro-ces-sie-rups. Of een verhaal over een man die wil uitslapen, wat maar niet lukt. Het zijn zo veel puntjes en streepjes, er kan van alles staan.

“Wat gebeurt er dan?”

“Wanneer?”

“Als het die man niet lukt om uit te slapen.”

Ik weet het niet. Het verhaal is nog niet klaar. Er komen nog zo veel letters, zo veel puntjes en streepjes, er kan van alles staan. Ik kijk weer naar zijn arm. De jongste verwacht een avontuur. Iets spannends, met een goede afloop. Zo gaan boeken. Er zit voor hem nog geen verhaal in niet kunnen uitslapen. In wakker zijn ’s ochtends.

“Nou, het kwam eigenlijk hartstikke goed uit dat hij niet kon uitslapen, want daarom ging hij maar naar buiten. Het is een beetje ingewikkeld om alles te vertellen, maar uiteindelijk redt hij de wereld.”

De jongste knikt. Zoiets dacht hij al wel.

Ik doe het boek dicht. De man die niet kan uitslapen mag het morgenochtend nog een keer proberen. Ik lees weer de puntjes en streepjes op de arm van de jongste, en denk aan de verhalen op zijn rug en op zijn buik. Avonturen met een goede afloop. Dan staat hij op en loopt naar de gang. Even later verdwijnt de morse in de mouwen van zijn jas.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden