James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Turks Fruit gaat over de vergankelijkheid van alles

Plus James Worthy

De eerste keer dat ik Turks Fruit las, kon ik mijn erectie als boekenlegger gebruiken. Ik was nog jong. Een maagd. Ik las het stratenboek van een stad waar ik nog nooit was geweest. Wolkers opende mijn ogen. Ik las hem met de gordijnen dicht. Het boek heette in die tijd Turks Fruit omdat ik niet van het verhaal kon snoepen zonder er plakkerige vingers van te krijgen.

Vandaag ben ik weer aan het boek begonnen. De oeverloze geiligheid druipt niet meer van de zinnen af. Ik ben geen vijftien meer, maar op het randje van de veertig. De tijd lijkt mijn zwellichamen te hebben gemuilkorfd. Ik lees het boek en daal af in de leegte. De leegte die de hoofdpersoon met vrouwenhuiden probeert te stofferen. Dit boek gaat helemaal niet over seks, maar over schuilen. Als het regent, schuil je in portieken, maar als het hard regent, echt hard, harder dan je hebben kunt, is schuilen in vrouwen de enige overgebleven optie.

In de tijd van mijn heftigste liefdesverdriet, heb ik flink lopen Wolkersen. Het is een werkwoord. Het enige werkwoord dat je met een hoofdletter dient te schrijven. Ik Wolkers, jij Wolkerst, wij Wolkersen. Ik probeerde iemand te vergeten door alleen maar met mensen te zijn die me aan haar deden denken. Het was onbegonnen werk, maar dankbaar werk. Vrouwen in netkousen waren mijn vangnet. Ik schuilde in de kuiltjes in hun wangen. Ik genoot van de val en keek op naar de bodem.

Turks Fruit gaat over de vergankelijkheid van alles. Een allesverwoestende liefde. En een man die achterblijft met een gevoel dat niet kapot kan. Het gaat over alles geven en met niets overblijven. Je hart volgen en met een glimlach op je gezicht een ravijn in rijden. Een gevarendriehoek op de slaapkamervloer. Het gaat erover dat verliefdheid net zo leugenachtig is als een tweedehands autoverkoper, maar dat we toch niet zonder kunnen.

Ik weet nog goed dat ik gedurende mijn mondeling Nederlands een paar vragen over Turks Fruit kreeg. Iets over de ontwikkeling van de hoofdpersoon en twee andere vragen. De eerste vraag was of het boek meer over de liefde dan over de dood gaat. Ik blowde in die tijd onredelijk veel en hing een verhaal op over hoe veel de liefde en de dood eigenlijk op elkaar lijken.

De laatste vraag had van doen met destructiviteit en dat de hel dicht bij de hemel ligt. De juf begon over twee zelfmoordterroristen. Over twee mensen die in het paradijs geloven. Over liefde. Over alles willen opofferen voor het paradijs. En over hoe Olga niet meer in het paradijs kon geloven. En dat dat liefde is. Twee mensen die in het paradijs geloven, tot een van de twee niet meer in het paradijs wil geloven. De juf lag op het moment van mijn mondeling in scheiding. Ik kreeg een 6,3 voor het mondeling.

Op Koningsdag loop ik al jaren door het Vondelpark en daarna door de Beethovenstraat. Ik zoek naar mensen die voor 50 cent Turks Fruit verkopen. Dan pak ik het boek van het kleedje – dat oude boek, in al haar vergeelde glorie – en geef een euro aan de verkoper.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden