Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Trots moet je verdienen en ik verdien het nooit

PlusTheodor Holman

‘Ben jij eigenlijk trots op je kleur?” vroeg een kennis mij.

Ik schudde mijn hoofd. Alle woorden zijn evenveel waard, maar trots zit voor mij in de categorie Waardeloze begrippen. Je kunt overal trots op zijn. Op je televisie, op Max Verstappen, op je ouders, op je hond – het houdt niet op – en ja, ook op je kleur. Zelfs als ik trots zou verdienen, of me terecht trots zou voelen (‘Wat ben ik toch slim!’), dan bijt ik liever mijn tong af dan om dat te vertellen. Natuurlijk, ik roep het wel eens, maar altijd met een zekere ongemakkelijkheid en meestal uit reclame-overwegingen. (‘Mijn boek is er: trots!’)

Aan trots zit een zielig kantje. Misschien verklaart dat mijn weerzin. Trots moet je verdienen en ik verdien het nooit. Ik schiet altijd tekort. Dus zodra ik trots als woord gebruik, voel ik meteen de schijnheiligheid ervan. (‘Kom op, Theodor, dit is niet echt iets om trots op te zijn!’) Dat voel ik ook als anderen het woord gebruiken, en zeker als het gaat om iets waarop geen invloed op uitgeoefend is. “Ik ben trots op mijn kleur.”

Ik heb gemerkt dat als je iemand vraagt wat typerend is voor zijn of haar volk, je dan altijd hetzelfde antwoord krijgt.

‘‘Een Fries is trots.’

“Een Drent is trots.”

“Ja, wij Turken zijn een trots volk!”

“Ieren zijn trotse mensen.”

“Italianen zijn zeer trots!”

“Wij Spanjaarden zijn bijzonder trots.”

Iedereen is maar trots, wat vaak betekent dat ze zich niets laten zeggen. En doorgaans bedoelen ze met dat trots: vervelend eigenwijs. Ik ken geen volk dat zegt: “Wij zijn schlemielen, wij laten graag over ons heen lopen!”

Trots is wat het trainingskoekje is voor mijn hond. Wanneer die eindelijk eens iets doet wat ik wil, zeg ik luid: “Goed zo, Koos!” en duw ik hem zo’n lekker koekje in zijn bek.

Goed gedrag is: lekker koekje. Zo trainen mensen zichzelf steeds luider door iets te doen en dan tegen de ander, maar vooral ook tegen zichzelf te roepen dat ze trots mogen zijn.

Je kunt redeneren dat als dat hondenkoekje een knie is die je steeds in je nek wordt gelegd om je kleur, je dan leert dat je kleur niet deugt. Dat bestrijd je niet met ‘wees trots op je kleur!’ te roepen. Dat bestrijd je met goede wetgeving, een goede rechtstaat, met democratie.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden