Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Toen mailden Jan en Ria. Ze zijn de gelukkigste mensen op aarde

PlusMaarten Moll

De posters aan de lantaarnpalen waren al gaan loszitten en deels gescheurd. Het papier flapperde in de wind.

Een ongelofelijk triest beeld.

En toen mailden Jan en Ria.

Jan en Ria zijn de gelukkigste mensen op aarde.

Ze hebben hun kat Fidel terug. Bijna drie weken nadat twee tienerjongens Fidel op de fiets hadden meegenomen en de posters op de lantaarnpalen verschenen is Fidel weer thuis.

Ik kan me dat geluksgevoel heel goed voorstellen. Peer was slechts drie dagen weg toen we het verlossende telefoontje kregen dat hij was gevonden. En toen het ook daadwerkelijk Peer was.

Jan en Ria mailden: ‘Vandaag kregen we een berichtje van iemand uit Amsterdam dat Fidel gevonden was. Nu kregen we wel vaker deze melding dus eerst een fotoo­tje gevraagd. En hij leek er wel heel erg op! Wij dus naar een studentenhuis op de Prinsengracht en daar was Fidel dus inderdaad opgevangen door een heel vriendelijke studente.’

Hadden de tienerjongens Fidel daar losgelaten? Ze tasten in het duister, Jan en Ria.

Maar het loopt niet altijd zo goed af.

Ik herinner me Wankel die weggelopen was. Een jonge grijze kat met motorische problemen. Nog geen twee dagen hadden we hem toen ie wegliep. Na een lange zoektocht vond ik Wankel terug, zonnend tegen een fietswiel voor een huis dat niet het zijne was. Ik nam hem mee naar huis.

Een dag later liep hij weer weg, maar hoe ik ook zocht, Wankel liet zich nergens meer zien, ook niet in de Zandstraat, waar ik hem een dag eerder als een prinsje in de zon had zien liggen.

Twaalf was ik, de dood van kat Puk nog vers in het geheugen.

In een kringgesprek in de klas had ik over Wankel verteld (ik weet nog dat ik trots was dat me de tranen niet uit de ogen waren gesprongen). Een paar dagen later vertelde een klasgenoot me heel serieus dat Wankel bij een huis bij Groot-Hagen was komen aanlopen. Ik fietste er na schooltijd meteen heen. De aardige vrouw die opendeed kwam even later met een kat in haar handen aan de deur.

Een grote witte kat.

“Dat is de enige kat hier in huis. En ze woont hier al bijna tien jaar.”

Ik ben die klasgenoot de volgende dag aangevlogen. Mijn vader werd gebeld, en heeft zijn vader aan de telefoon enorm uitgefoeterd. De gescheurde jas is niet vergoed. Mijn vader, niet scheutig met complimenten, gaf me een stomp op mijn schouder, en glimlachte daarbij.

‘Eigenlijk was hij al geadopteerd door alle studentes daar,’ schreven Jan en Ria. ‘Maar het was hem zonder enige twijfel en nu hebben we hem dus weer veilig en wel thuis. Ze waren via Facebook op ons spoor gekomen.’

Ze kunnen het nog niet bevatten, maar gaan de posters van de lantaarnpalen verwijderen. Een fijn werkje.

Fidels reis naar de Prinsengracht is tot heden onopgelost gebleven.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden