Toen ik het kopje voor haar neerzette, zei ze: ‘Kutcorona!’

PlusTheodor Holman

“Ben je er al overheen?” vroeg ik tactloos aan mijn achternichtje.

“Nee,” zei ze eerlijk.

Ik zette koffie en toen ik het kopje voor haar neerzette, zei ze: “Kutcorona!”

“Hoe zei hij het?” vroeg ik.

“Ach… gewoon… wel eerlijk…” Die zin betekende ook: ‘Je vraagt nu te veel, oom, dat gaat je niks aan!’

“Ik heb het natuurlijk allemaal van je moeder gehoord, omdat wij vroegen wat je voor je huwelijk wilde hebben,” zei ik.

“Oh, alsjeblieft, ik kan het woord huwelijk niet meer horen.”

Dat begreep ik.

“Zit hij nog steeds in Italië?”

“Ja, natuurlijk, hij wil helemaal niet weg!”

“Ken je die vrouw?”

“Ja… Toen we daar studeerden had ze een heel leuke vriend.”

“Hoe was zij?”

“Toen aardig, nu vermoord ik haar.”

“Ik geef je wel een alibi.”

“Het komt allemaal door die kutcorona. Hij kon niet weg. Hij zat daar opgesloten. Ik begrijp het ook nog.”

“Wat begrijp je?” vroeg ik.

“Dat hij daar even iets had met iemand… maar dat hij daar ook nog echt verliefd wordt, en nu daar wil blijven…”

“Als corona over is, gaat dit misschien ook over.”

“Maar ik wil hem toch niet meer…Misschien als hij… nee, nee… Hij is te ver gegaan.”

Ze dronk haar koffie die minder bitter was dan zij.

“Je zit opeens in een boek van een van de zusters Brontë. En tegelijk in een enorme kutfilm. Ik zit nu in een huisje dat ik niet alleen kan betalen, met spulletjes die voor een deel van hem zijn, met dingetjes die geregeld en verdeeld moeten worden. Een maand voordat ik zou trouwen lig ik al in scheiding.”

“Wanneer zou je ook alweer trouwen?”

“Over drie weken. Dat was toch al een raar huwelijk geworden met een feest dat we niet voor iedereen mochten geven. En op dat feest zou ik aan iedereen vertellen dat ik zwanger was.”

“Verdorie!”

“Ja, als iedereen er zou zijn… champagne… En dan zou hij zeggen: ‘Dames en heren… Wij drieën willen u hartelijk danken dat u gekomen bent!’”

“Grappig, wij drieën…Nou ja, ik bedoel, pijnlijk, maar misschien komt het goed.”

“Nee… Of ja dus. Als hij terugkomt op de dag van ons huwelijk. En zegt dat het een vergissing was, dat het kwam doordat hij zo lang alleen was en dat hij het nooit had mogen doen. Maar… daar ziet het niet naar uit.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden