PS portret columnist Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Toch zul je eruit moeten, om naar het toiletgebouw te gaan

PlusMaarten Moll

Om half zeven ’s ochtends liep ik over het natte gras van de velden naar de bosrand om Bep uit te laten. Nou ja, eerlijk gezegd, ook om mezelf uit te laten.

Het was alweer een tijd geleden dat ik had gekampeerd. In een tent. En dan niet zo’n tent met bedden, ijskast, wc en vloerverwarming, maar een echte, spartaanse tent. Die we zelf moesten opzetten.

En dan: om drie uur wakker worden en heel nodig naar de wc moeten. Maar je ligt lekker warm in je slaapzak. Toch zul je eruit moeten, om naar het toiletgebouw te gaan.

O ja, zo ging dat dus. Honderden keren meegemaakt, maar blijkbaar verdrongen.

Dus begint het grote ophouden (later, als je weer in je warme slaapzak ligt: waarom ben ik verdomme niet meteen gegaan!). Om half zeven was de situatie behoorlijk onhoudbaar. Ik schudde Bep wakker. Wij dus over de camping naar de bosrand.

Ik zocht, terwijl Bep haar dingen deed, een beschutte plek om te wildplassen. Ik moest nu wel heel erg nodig. Eindelijk had ik een mooi groepje bomen gevonden.

Plassen en je hond in toom houden. Het zijn, bleek, toch twee verschillende disciplines.

Terwijl ik op het mos naast de boom mikte, om zo min mogelijk geluid te maken, bleef Bep, zoals ik haar uitdrukkelijk had bevolen, niet op het pad zitten.

Nieuwsgierig kwam ze op me aflopen.

“Bep!” riep ik zo zacht mogelijk.

Bep bleef lopen,

“Bep! Stop! Zit!”

Bep naderde de straal.

“Bep!”

Mijn opluchting was omgeslagen in bezorgdheid.

Bep was nu heel dicht bij de straal (stoppen was geen optie).

“Bep! Poesje! Daar!” (Wil nog wel eens helpen om haar van richting te doen veranderen.)

Bep hield zich doof en kwam nu wel heel dicht in de buurt van het geklater.

Toen probeerde ik van rechts naast de boom naar links van de boom te zwenken net op het moment dat Bep ook afboog.

Dat hadden we niet moeten doen. Tenminste, één van ons had iets niet moeten doen, dan was er niets gebeurd. Maar er gebeurde wel wat.

Ik piste over de kop van Bep.

Ze schrok en piepte. Rende weg en bleef een paar meter verderop staan.

Er steeg wat damp op van haar kop.

“Mijn schuld, Bep, mijn schuld,” zei ik, nog steeds plassend, “vergeef me.”

Toen ik klaar was, ging ik met wat gras haar natte haren te lijf, maar dat liet ze niet echt toe.

Bij de tent waste ik grondig haar kop en wreef haar met mijn eigen handdoek voorzichtig droog. Nu bleef ze wel braaf zitten.

Wat een begin van het kamperen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden