Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Toch wees hij me af: ‘Het spijt me, maar jij bent wit’

PlusNatascha van Weezel

‘We zijn binnen onze organisatie erg bezig met het diversiteitvraagstuk,” vertrouwde de witte man van middelbare leeftijd me toe. Ik had net een nieuw projectplan gepitcht bij deze opdrachtgever. Hij was enthousiast over de inhoud. Toch wees hij me af: “Het spijt me, maar jij bent wit.”

Ik keek naar mijn armen. Die waren ontegenzeggelijk wit. Doorschijnend wit zelfs. En toch vóelde ik me helemaal niet wit. Ik ben immers een Joodse Nederlander. Daardoor maak ik automatisch deel uit van een minderheidsgroep.

Ik ben niet de enige die met dit identiteitsvraagstuk worstelt. Gideon Querido van Frank schreef in 2019 een essay voor Vrij Nederland met de titel Hoe links ook de Joden treft in de strijd tegen wit privilege. Naar aanleiding van dit stuk conserveerde hij de tentoonstelling Zijn joden wit? die morgen wordt geopend in het Joods Historisch Museum.

Afgelopen vrijdag mocht ik de tentoonstelling alvast bekijken. Op de muur stond een aantal suggestieve woorden geschreven: ‘Machtig? Onderdrukker? Geprivilegieerd?’ Allemaal uitspraken die ik maar al te vaak naar mijn hoofd geslingerd krijg. Het verbaasde me dan ook dat deze vooroordelen me plotseling emotioneerden. Misschien kwam het door de plek waar ik was; midden in het hart van de oude Jodenbuurt. Voor de oorlog woonden hier tienduizenden Joden. Tegenwoordig kun je er als je geluk hebt slechts een handjevol vinden. Dus hoezo geprivilegieerd?

De emotie bleef tijdens mijn bezoek. Bij elke foto en video werd opnieuw bevestigd dat men over het algemeen inderdaad denkt dat Joden wit zijn. Onzin, want er zijn ook joden van kleur, uit Ethiopië, Marokko of Jemen. Dat Europese Joden meestal wit zijn, is natuurlijk ook geen schande, maar binnen de antiracismebeweging wordt daar soms anders over gedacht.

Tijdens demonstraties zoals Black Lives Matter en protesten tegen het inhumane vluchtelingenbeleid voelde ik me een vreemde eend in de bijt. Iemand informeerde zelfs naar wat ik daar deed. Ik was toch Joods en wit? Waarom zeurden ‘wij’ altijd over antisemitisme? Andere problemen waren veel erger!

Dit mechanisme, ook bekend als oppression olympics, is niet alleen dom, maar vooral gevaarlijk. Wanneer je het lijden van je eigen gemeenschap boven dat van anderen stelt, ben je wat mij betreft net zo racistisch bezig als degenen die jóu discrimineren.

Jammer genoeg heb ik vaak het idee dat mensen die zichzelf woke noemen hier geen boodschap aan hebben: ‘Wit is wit en wit is slecht’. Een onterechte generalisatie waarmee je mensen vervreemdt van de belangrijke zaak waarvoor je vecht.

Dus zijn Joden wit? Het zou niet moeten uitmaken. Elke gediscrimineerde of gemarginaliseerde groep verdient solidariteit. In plaats van met elkaar te wedijveren om aandacht, zouden we de handen ineen moeten slaan om gezamenlijk te strijden voor een inclusieve en gelijkwaardige samenleving. Een wereld waarin iederéén zich thuis voelt, ongeacht afkomst, kleur of religie.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden