Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Tino Martin had nog beter gewisseld,’ riep iemand

PlusMaarten Moll

Er fietste een oranje leeuw door de straat.

Hij brulde iets onverstaanbaars.

Het was een half uur voor de wedstrijd.

Het leek me heel warm in zo’n pak.

Wel een geluk dat je na een eventuele nederlaag niet herkenbaar bent als je weer naar huis fietst.

Zelf weer ik alles wat oranje is uit de kamer als ik het Nederlands elftal kijk.

Dus ook de geweldige essaybundel Tussen iemand en niemand van Joseph Brodsky. (Die ging even op het nachtkastje.) En het vloerkleed met oranje accenten.

“Moet dat echt?” zei een vriend die kwam kijken.

Hij moest echt zijn oranje sokken uittrekken.

Bijgeloof.

Vlak voor de groepswedstrijd tussen Nederland en de Sovjet-Unie, in 1988, kwam mijn broertje aanzetten met vier shirts van zijn zaalvoetbalteam. In de kleur oranje.

We trokken ze enthousiast aan. Ik had het rugnummer 1 ½.

“Eddy mist een halve arm,” zei mijn broertje.

Daar zaten de vier broers op de bank in oranje shirts, van klein naar groot, als de Daltons.

Nederland verloor met 1-0.

We voelden ons sulletjes in die shirts. We trokken ze snel uit. Met mijn shirt veegde ik het gemorste bier van de vloer. Uit nijd trok ik de 1 van het shirt. Al hoopte ik niet echt dat Eddy zijn goede arm zou verliezen.

Dat deden we dat toernooi niet nog een keer. Gewoon in burger keken we de andere duels, en Nederland werd Europees kampioen.

Na de nederlaag tegen Tsjechië ging ik op het balkon uitpuffen.

Ik keek in de tuinen van de buren. Veel oranje.

Ik zag een groepje mensen op een stenen plaatsje.

Een man in een oranje shirt, een paar vrouwen met oranje strikjes in hun haar, een man die alleen stond te schelden.

“Niet één schot op doel!” riep een man. “Niet één! Stelletje mon–”

“Nu zijn wij!” gilde een van de vrouwen. “Muziek!”

Een vriendin tikte op haar telefoon.

En er klonk behoorlijk hard een lied, en ik zag de man alleen nog maar woedend zijn lippen bewegen.

De vrouwen haakten in, begonnen te deinen.

En daar weerklonk Tino Martin tussen de huizen.

Jij liet mij vallen

Zat in de puree

Dat het slecht met me ging, daar zat je niet mee

Het werd luidkeels meegezongen en was een rechtstreekse aanklacht tegen bondscoach Frank de Boer en zijn spelers.

Ja, Tino weet de boel altijd op te beuren.

In de tuin ernaast gingen wat armen in de lucht.

“Tino had nog beter gewisseld,” riep iemand.

Toen begon het heel hard te regenen.

Iedereen vluchtte naar binnen.

Ik ook. Vanuit de woonkamer keek ik naar het noodweer.

Achter me hoorde ik Frank de Boer op tv.

Ik zong het toch.

Jij liet me vallen.

De leeuw kwam weer voorbij. Z’n kop er nog op.

Totaal verregend. En zonder staart.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden