Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Tijdens mijn laatste depressieve periode bleef ik de mensen bespioneren

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het was weer eens uit met een vriendin.

Mijn ex-vrouw was samen met haar nieuwe vriend.

Ik had voor tweede kerstdag mijn dochter, die toen zeven was.

Dus gingen we bij mijn moeder eten.

Om tien uur bracht ik mijn dochter naar haar moeder.

Maar voordat we daarheen gingen, liepen mijn dochter en ik nog een ommetje met de hond en dan keken we hoe de mensen die hun gordijnen niet hadden dichtgedaan, kerst vierden. We deden wel vaker zulke ommetjes, maar met kerst was het altijd iets bijzonders.

Eigenlijk was ik dit min of meer vergeten, maar mijn dochter herinnerde het zich nog.

“Je stond soms stil en dan zei je: ‘Kijk, dat is de familie Hogendijk. Die zijn erg gelukkig...’ en dan liepen we verder en zei je: ‘Moet je kijken, Job en Judith met hun kinderen, die zijn ook heel gelukkig’.”

Ik schrok. De zinnen konden zo uit de koektrommel voor de psychiater komen.

Het ontbrak mij aan moed om te vragen hoe mijn dochter die ommetjes had ervaren.

Ik ben het altijd blijven doen. Langs de huizen lopen, naar binnen kijken, grijs geworden herinneringen proberen in te kleuren. Zelfs tijdens mijn laatste depressieve periode bleef ik de mensen bespioneren. Tijdens die laatste periode raakte ik soms zo ontroerd dat ik mijn tranen niet kon bedwingen. Dan zag ik bijvoorbeeld twee mensen kaarten, of de één speelde blokfluit en de ander viool. In de Van Breestraat was dat. Ik wilde dan aanbellen en vragen: “Mag ik er alstublieft bij komen zitten?”

Op het moment dat ik zoiets wilde en volschoot, had ik zeker door dat dit een vorm van kitsch was, van overdreven gevoeligheid waarvoor ik me oprecht schaamde. Maar ja, zeg dat maar eens tegen je traanklieren. Overigens droomde ik tijdens mijn eerste Depressieve Periode ook wel van vrouwen die mij liefderijk naar binnen wilde smokkelen, maar toen dat een keer bijna gebeurde – om half vier ’s nachts – en in de deuropening iets tandeloos stond met een alleen een bh aan die riep: “Hee, wil je ook wat drinken, boy?” wist ik niet hoe snel ik weg moest komen.

Gisteren liep ik om half vier in de ochtend door de stad.

Ik probeerde tevergeefs weg te lopen van mijn ouderdom.

Er vlogen vogels om me heen en ik werd een beetje bang. Riepen ze me? Of zongen ze voor me?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden