Om de Wereld

'Tijd om White Christmas uit het repertoire te schrappen'

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: Kerstmis, in de mensen een welbehagen.

Trump en zijn vrouw bij de National Christmas Tree Lighting in Washington Beeld ANP

Op de site van de Vegetariërsbond lees ik dat in Nederland met kerst 2,7 miljoen dieren worden op­gegeten. Nadat zij eerst zijn geslacht natuurlijk. Dat is alleen nog maar het aantal voor Nederland.

Wereldwijd moet het om miljarden dieren gaan die de mens doodt, klaarmaakt en verorbert. Soms vraag ik mij wel eens af wat wezens van een andere planeet moeten denken, als zij ons met een verrekijker observeren.
Niet veel goeds, vermoed ik.

Als jongetje las ik bij Karl May dat bepaalde indianenstammen een beer pas schieten, als zij eerst uitgebreid hun excuses aan het dier hebben aangeboden. Zelfs die beleefdheid kunnen wij niet opbrengen. Tijdens de kerstdagen vallen wij meteen aan, tast toe, er is op iedereen gerekend. De offerrituelen zijn vrijwel verdwenen uit ons dage­lijks leven. Wie bidt er nog?

Het is overigens niet helemaal onze schuld dat wij zo vraatzuchtig zijn. Het dier, dat ouder is dan de mens, heeft het slechte voorbeeld gegeven door zonder scrupules elkaar op te vreten. Ze moesten wel, het was de enige manier om hun soort in stand te houden. Dat heet evolutie. Mocht evolutie een goddelijke uitvinding zijn, zoals sommigen beweren, dan is het God zelf geweest die dit misdadige principe van eten of opgevreten worden heeft geïmplementeerd.

Genoeg theologie!
Met kerst moet ik altijd even denken aan Dion Graus van de PVV. Je hoort de laatste jaren niet veel meer van en over hem. Toch is er een tijd geweest dat hij in elk praatprogramma zat, omdat ze er in Hilversum nu eenmaal dol op zijn om halvegaren aan het woord te laten.

Weet u nog dat Dion Graus in 2010 een cruciale rol heeft gespeeld bij vorming van het kabinet-Rutte I? Hij kreeg voor elkaar dat er 500 'animal cops' zouden worden aangesteld, die uitvliegend over heel Nederland het dierenleed moesten bestrijden. Binnen twee jaar ontplofte Ruttes minderheidskabinet en bij mijn weten heeft dat squadron van animal cops zijn thuisbasis niet verlaten, al kwamen er wel enkele dieren-hulpofficieren van justitie en een alarmnummer voor dierenleed.

De filosoof Schopenhauer heeft eens gezegd dat de mens jaloers is op het dier, omdat het dier - anders dan de mens - in een staat van zorgeloosheid kan verkeren: de beer die een winterslaap doet in zijn hol, de kat die ligt opgerold in zijn mand, de hond die snurkend ligt te slapen alsof niets in de wereld hem deren kan. Maar de mens maakt zich altijd zorgen, woelt altijd om verandering.

Met deze stichtende worden wens ik u een gelukkig kerstfeest toe, en eet in het nieuwe jaar eens wat minder vlees. Dat schijnt ook nog goed te zijn voor het milieu. Halleluja!

Max Pam

Nu het lied Baby, It's Cold Outside is ontmaskerd als dekmantel van vrouwvijandige boodschappen en derhalve door sommige Amerikaanse radiostations in de ban is gedaan, mag het hele Engelstalige kerstrepertoire weleens kritisch worden doorgelicht. Wat voor steelse vunzigheden komen we nog meer tegen in al die schijnbaar zoetelijke teksten?

Ik heb een simpele steekproef gehouden, en lieve mensen, wat beland je dan al snel in een moeras van ongepastheden en dubieuze toespelingen!

Neem het onschuldig klinkende lied The Twelve Days of Christmas, waarin een gulle gever twaalf dagen lang geschenken stuurt naar zijn (of haar) geliefde, eentje op dag één, twee op dag twee, enzovoorts. Een uitputtend lied, want bij elk nieuwe gift worden de vorige herhaald.

De overdaad van die cadeauregen is natuurlijk al kwestieus, maar ronduit kwalijk is een aantal specifieke giften. Het begint al met de eerste twee: één patrijs en twee tortelduiven. Jachttrofeeën!

Het wordt nog erger: op de achtste dag worden acht melkmeisjes in cadeauverpakking gestoken en op de negende dag negen dansende dames. Gevolgd door - kan het nog verbazen - tien springgrage heren.

Tweede voorbeeld: Rudolph the Red-Nosed Reindeer. Decennialang hebben we deze evergreen gedachteloos meegezongen, maar wat is hier eigenlijk de boodschap? Een rendier dat onmiskenbaar voortdurend te diep in het glaasje kijkt, wat zich uit in een rode neus en waardoor het de risee is van zijn soortgenoten.

Een pijnlijke bespotting van een edel dier dat zelfs in de zelfbenoemde 'humani­taire grootmacht' Zweden maar al te vaak eindigt op het bord van een onbehouwen vleeseter.

De kroon wordt gespannen - in negatieve zin wel te verstaan - door het welbekende White Christmas. Kijk, toen dit lied voor het eerst furore maakte, had het nog enige realiteitswaarde: we hádden geregeld een witte kerst. Maar die tijd ligt inmiddels ver achter ons. Als het al sneeuwt in december, is dat een laagje van niks. En sinds de vergaderflop in Katowice is de kans miniem dat dit nog gaat veranderen.

Hierdoor krijgt die dromerige tekst onmiskenbaar een heel andere, uiterst bedenkelijke lading: het verlangen naar een kerstfeest met een onbevlekte witheid oftewel zonder niet-witte mensen. Alsof de Ku Klux Klan aan het woord is. Hoogste tijd om het lied uit het repertoire te schrappen. En laten we in één moeite door zanger Bing Crosby, die ooit als blackface is opgetreden, op de zwarte lijst zetten. Hij is weliswaar dood, maar beter laat dan nooit.

Zei ik zwarte lijst?

Excuus, ik bedoel natuurlijk: de lijst van foute mannen die nog slechts te redden zijn met een bijscholingscursus aan het Sunny Bergman Instituut voor Toegepaste Correctheid in Vrouwenveen.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden