Opinie

'Tijd om geplande hotels écht te schrappen'

Het is tijd voor een échte hotelstop om de toestroom van toeristen terug te dringen, schrijft Stephen Hodes van Amsterdam in Progress. Om planschadeclaims te dekken komt er een verblijfsbelasting.

Toeristen op de Prins Hendrikkade Beeld Amaury Miller

De wereld loopt over van onderzoeken, artikelen, documentaires en boeken over overtoerisme. Niet voor niets staan Ilja Leonard Pfeijffers boek Grand Hotel Europa en Floor Milikowski's Van wie is de stad? hoog op Scheltema's lijst van meest verkochte boeken. Over­toerisme ontwikkelt zich wereldwijd als een issue van formaat, maar ons college van B en W. grijpt, ondanks de optimistische geluiden bij het aantreden, onvoldoende in.

In de Strategische agenda toerisme in de Metropoolregio Amsterdam 2025 staat: 'Groei van toerisme is geen hoofddoelstelling op zich. Het is een gegeven.' Dan kun je ook zeggen dat de stijgende CO2-uitstoot, de stijgende zeespiegel, ontbossing of opwarming van de aarde een ­gegeven is. Dat is zo, maar daar mogen wij ons niet bij neerleggen, het niet accepteren en ­zeker niet faciliteren.

Is overtoerisme iets dat ons overkomt? Of moeten we proberen het in goede banen te ­leiden, beheersbaar te houden, zoals wij dat in Nederland eerder deden met de Deltawerken om het hoge water te beheersen? Ik ben duidelijk voor het laatste, maar dat vraagt om lef en durf van onze bestuurders. Dat vraagt om radicale maatregelen.

De gemeente Amsterdam heeft recentelijk verschillende acties ondernomen. Het maximumaantal nachten voor vakantieverhuur is teruggebracht van 60 naar 30 nachten. Een stap in de goede richting, maar die maatregel is niet te handhaven zonder medewerking van Airbnb en dat werkt niet mee.

Er zijn plannen om de Passenger Terminal Amsterdam te verplaatsen, maar dat lost niets op, want de nieuwe terminal wordt waarschijnlijk groter dan de huidige PTA. Voor grotere cruiseschepen dus en de ­passagiers zullen met touringcars naar de stad komen. Dus, meer overlast.

Daarnaast wordt er geschermd met meer en verhoogde toeristenbelastingen, maar dat zal geen effect hebben op de toestroom van toeristen. Wel zal het de stadskas verder spekken, maar het drukteprobleem wordt er niet mee ­opgelost.

Optreden
Wat kan de stad wél doen? Al een aantal jaren spreekt de gemeente over een hotelstop. Maar dat is geen hotelstop, om twee redenen.

Ten eerste mocht er nog een grote hoeveelheid hotels/kamers worden gebouwd op grond van initiatieven waaraan de gemeente al medewerking of een vergunning had verleend bij de invoering van de hotelstop.

Ten tweede is er in de bestemmingsplannen nog ruimte voor hotelkamers, die verwezenlijkt kunnen worden zonder dat de huidige hotelstop van toepassing is, omdat die niet kan worden ingezet op plekken die eerder in het bestemmingsplan een hotelfunctie kregen. Er worden op dit moment ongeveer achtduizend hotelkamers in de stad bijgebouwd. Vanwege de tweede reden wordt er nog ruimte openge­laten voor het bijbouwen van hotels.

Stephen Hodes

Expert toerisme en initiatiefnemer van ­Amsterdam in Progress

Beeld Hape Smeele

Aan de eerste reden is in juridische zin niet veel te doen. De tweede reden is wel te beperken, maar de gemeente heeft dat nog niet ­gedaan. Ingrijpen zou planschade kunnen ­betekenen voor eigenaren en investeerders; de stad is niet van plan om daarvoor op te draaien.

Laat dit nou juist zijn wat de gemeente wel zou moeten doen!

Alle plannen van tafel
Alle in bestemmingsplannen opgenomen, maar nog niet gebouwde hotelkamers moeten van tafel. Dit zal planschadeclaims opleveren. Hoe kunnen deze claims worden gedekt?

Een van de eerste voorstellen van denktank Amsterdam in Progress was het opzetten van een investeringsfonds. Alle binnen- en buitenlandse verblijfbezoekers aan de stad betalen een stadsbijdrage per verblijf, ongeacht de duur van dat verblijf.

Voor bezoekers die langer in de stad verblijven pakt het tarief gunstiger uit dan voor degenen die hier één nacht verblijven. Bovendien zijn bezoekers die langer blijven economisch aantrekkelijker voor de stad.

Met een stads­bijdrage van 10 euro per persoon ontstaat een investeringsfonds van 100 miljoen euro per jaar, mogelijk oplopend tot 150 miljoen euro. Dit geld kan gebruikt worden om eventuele planschadeclaims te vergoeden.

Ook kan dit geld worden ingezet om plannen waarvoor al een vergunning is verleend, maar die nog niet zijn gebouwd, af te kopen. Na een aantal jaren zullen er geen planschadeclaims meer zijn en kan het investeringsfonds worden ingezet voor verbeterde handhaving, schoonhouden van de stad en voor projecten die de leefbaarheid van de stad voor bewoners ten goede komen.

De stadsbijdrage geldt voor alle logiesvormen, waaronder hotels, hostels, b&b's, vakantieverhuur, (rivier)cruiseschepen, et cetera. De logiesverschaffer int de belasting.

Omdat hun prijzen daardoor stijgen, zullen de logiesverschaffers er zeker over klagen. De logies worden duurder, maar hun marktpositie wordt gunstiger! Als een echte hotelstop en op termijn een hotelquotum wordt geïntroduceerd én als vakantieverhuur wordt gereguleerd, dan wordt de commerciële positie van de logiesverschaffers sterker. Op termijn wordt de prijsverhoging hierdoor ruimschoots gecompenseerd.

Geen barrière
Voor de meeste logiesvormen moet het bedrag geen barrière zijn, maar voor hostels kan dit een zeer substantiële prijsverhoging zijn. Daarom gaat het bedrag voor hostels doordeweeks ­omlaag naar 5 euro per persoon per verblijf.

Hiermee hebben we slechts het begin van een oplossing, want de invoering van een dergelijke regeling zal leiden tot een waterbedeffect, omdat hoteliers en ontwikkelaars zullen uitwijken naar omliggende gemeenten. Dat effect is nu al waarneembaar.

Regionale strategie
De eerdergenoemde Strategische agenda ­toerisme 2025 draagt daarvoor oplossing aan, namelijk 'het ontwikkelen en uitvoeren van een regionale accommodatiestrategie voor de ­Metropoolregio Amsterdam, met daarin oog voor alle typen verblijfsaccommodatie en aandacht voor zowel kwantiteit als kwaliteit.'

Want naast de 8000 hotelkamers in Amsterdam zijn er 14.000 hotelkamers in de metropoolregio die nog gebouwd moeten worden.

Er komen dus nog minimaal 22.000 hotel­kamers bij. Alle metropoolgemeenten zullen gezamenlijk moeten optrekken, omdat ze ­onderkennen dat deze uitdaging alleen samen is op te lossen.

Dit betekent dat we op korte termijn op de ­blaren moeten zitten om voor de lange termijn de aantrekkelijkheid van Amsterdam en de ­regio, voor zowel bewoners als bezoekers, te waarborgen.

Stephen Hodes spreekt maandag op Stad in Balans, toerismespreiding in Pakhuis de Zwijger. Het programma begint die avond om 20.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden