Plus Column

Thomas Acda: Schommelend langs de grafstenen

Thomas Acda schrijft wekelijks in Het Parool over een type Amsterdammer dat hem opvalt. Deze week is dat: de grafpoetser.

Thomas Acda Beeld Marco Hofste

Ik ren. Loop hard. Jog. Een van die drie, afhankelijk van mijn fitheid. Zie je me per ongeluk als ik net ben begonnen met trainen, dan is geen van de drie werkwoorden van toepassing.

Die dag beoefen ik 'wandelen met de bewegingen van een renner'. Daarbij mag ik graag het rood-paarse gezicht van een drenkeling trekken. Maar als ik weer lekker op stoot ben, kijk ik vrolijk huppelend naar onze stadsgenoten.

Bij grote fitheid haal ik de Amstel en dan wandel ik uit op Zorgvlied. Veel van mijn vrienden liggen daar. Ook een reminder om vooral te blijven sporten. Bij Yvette speel ik even met de witte steentjes, bij Anthony denk ik aan vroeger en via Herman en Karin ga ik naar de uitgang.

Gisteren zag ik de inmiddels bejaarde conciërge van mijn middelbare school tussen de bomen schuifelen. Mooi beeld: zonnetje, stralen door het loof heen, oude man met emmer en borsteltje schommelend over de zachte, bruine grond langs de grafstenen. Aandoenlijk. Meelijwekkend.

Bij een graf met een blinkende steen die de naam van zijn vrouw draagt, hield hij stil. Ik was hem stilletjes van een afstand gevolgd. Het mannetje begon zacht pratend de steen nog maar eens te poetsen. Een ritueel.

Maar het beeld bezorgde mij beslist niet het gevoel dat het u misschien wel geeft. Dit oude lieve baasje was namelijk dezelfde man die mij mijn hele middelbareschooltijd dwars heeft gezeten. Kwam ik twee minuten te laat, moest ik nakomen. Maar kwam na mij een leuke meid, dan kon die haar straf ontlopen door hem even aan een borst te laten zitten.

Bij ziekte meldde een leraar dat meestal om half acht bij de conciërge. Die schreef de namen van de zieke leraren echter pas om kwart over acht op. Waren die ons om half acht verteld, hadden we dat hele takke-eind in de stromende regen niet hoeven te fietsen.

Klein bier tot nu toe? Toen ik hem eens wilde vragen of we de namen van de zieke leraren eerder konden vernemen, liep ik het tuinpad op van het huisje dat bij de school hoorde. Daar woonde hij. Met zijn vrouw. Die hij sloeg, zag ik door het raam. En hard ook.

Conrector erbij gehaald, mannetje ontslagen. Stom, want nu had hij echt niets anders meer te doen dan zijn vrouw meppen. En nu ze dood is, heeft hij spijt. Daar heb je wat aan, van dat soort spijtoptanten. Grafpoetsers.

Terwijl ik terugliep over de begraafplaats zag ik er meer: een legertje in zichzelf murmelende emmertjesopdragers. Dat lang niet allemaal zijn vrouw sloeg, uiteraard. Ik ben een positief mens. Moet van mijn vrouw. Die ook wil dat ik word begraven, trouwens. Al zal die waarschijnlijk gewoon de werksters meenemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden