Column

Terwijl ze mij lieten struikelen, vielen alle meisjes voor ze

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op mijn veertiende was ik op mijn lelijkst. Ik was een stotterende autist met een buitenboordbeugel en een gezicht vol vurig rode molshopen. Werkelijk waar alles zat tegen. Ik was het prototype van een schlemiel. De dodo, dat was ik. De survival of the fittest zou natuurlijk mijn ondergang worden.

In de pauze werd ik gepest door jongens die twee koppen groter waren. Jongens waren ze - maar verre van aardige jongens. Vroegrijp en demonisch. En niemand strafte ze. Shit, ze werden zelfs voor hun gedrag
beloond. Want terwijl ze mij lieten struikelen, vielen
alle meisjes als een blok voor ze.

Ik begreep die meisjes niet. Waar kwam die massale voorliefde voor schofferende onverlaten toch vandaan? Ik dacht altijd dat prinsessen gered wilden worden van de draak, maar op mijn school wilden de prinsessen juist gered worden door de draak. Enkel de vuurspuwers hadden vriendinnen.

En aan de leraren had ik ook niets. Ze dachten zelfs dat ik het pesten als smoesje gebruikte voor mijn steeds slechter wordende cijfers. Ik kan er nog steeds boos om worden. Ik vroeg om hulp, maar kreeg alleen Dr. Phil-clichés van zoetgevooisde docenten.

"Het houdt vanzelf wel op, joh. Laat zien dat ze je niet kunnen raken, joh. Wees de slimste, joh. Sta er gewoon boven, joh."

Sta er gewoon boven. Maar ik wilde juist niet staan.

Ik wilde bukken. Kruipen. Ik wilde allesbehalve staan. Mijn hoofd zou nooit meer boven het maaiveld uit­steken.

"Die pestkoppen zijn planten. Gun ze je water niet. Ze zullen alleen maar groeien van jouw tranen."

Dus eigenlijk was het mijn schuld. Mijn verdriet was hun viagra. Ik was de penispomp om de lul van mijn verkrachter.

In die tijd deed ik er alles aan om maar niet naar school te hoeven. Ik maakte mezelf ziek. Soms at ik duivenpoep van de balustrade op ons balkon. Soms liet ik me krabben door de meest afzichtelijke zwerfkatten. Als ik maar ziek zou worden. En toen ik niet meer ziek werd, heb ik gespijbeld.

In die zes maanden veranderde alles. Ik zat thuis en masturbeerde zo'n veertien keer per dag. Ik liet mezelf verdrinken in zelfbevrediging en zelfliefde. Ik gaf mezelf zo vaak een heerlijk gevoel, dat ik langzaamaan verliefd begon te worden op de eigenaar van mijn rechterarm. In feite heb ik gewoon een god van mezelf gemasturbeerd.

Dus prachtige tiener: word je gepest omdat je anders, arm, lelijk of weet ik veel wat bent? Luister dan niet naar de mensen die zeggen dat je van jezelf af moet bijten. Dat is het slechtste advies ooit. Bijt niet van jezelf af. Nee, bijt in jezelf. Wraak is niet zoet. Bijt in jezelf.

En leer van de smaak te genieten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden