Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Terug naar de stad, om uit te rusten van een weekendje kabaal op het platteland

PlusBabs Gons

Een van de redenen waarom ik ‘ja’ zei tegen het lastminuteverzoek om deel te nemen aan een festival in het uiterste noorden van Groningen, was de verleiding van het platteland. Even onderdompelen in de rust, het groen, de frisse lucht. En natuurlijk ook weer eens ouderwets optreden voor echte mensen van vlees, bloed, ogen, haar, emoties en zuchtjes.

En zo kwam ik zaterdag aan diep in de provincie, met zoon, want die wilde Groningen wel eens zien, in een klein dorpje dat een steenworp was verwijderd van een plek waar ik enkele jeugdherinneringen had liggen.

“Kijk,” wijs ik naar zoon, “daar verderop lag ik soms een hele middag in het gras.”

Hij kijkt me niet-begrijpend aan.

“Gewoon liggen?”

“Ja. Soms had ik een stuk glas en probeerde ik in een stuk hout mijn naam te branden en was ik de daar een hele middag mee bezig. Of zocht ik uren in het gras naar een klavertjevier.”

Zoon is er stil van.

Mijn podium dit weekend bestaat uit een stenen vloer in een prachtig gelegen middeleeuws kerkje. In de houten bankjes nemen driemaal per middag dertig mensen plaats. We zijn er nog maar net als de wind opsteekt en snel wordt het ook best fris. Maar het is vooral het kabaal dat de wind maakt, boos beukt ze over de kleine begraafplaats naast de kerk.

Tussen elk optreden proberen we ons verstaanbaar te maken. Moe van het lawaai vertrekken we na de laatste voordracht naar het hotel, een statig landhuis omringd door hoge bomen. We zitten nog geen minuut aan het diner als onze oren zich afvragen wat daar buiten gebeurt. We lijken midden in een vogelconferentie terecht te zijn gekomen.

Ook op onze kamer gaat het de hele avond door. Later op de avond komt daar nog een bijzonder gekrijs bij dat we niet geheel kunnen plaatsen. Eerst denk ik aan apen, maar even later denk ik toch olifanten te herkennen en zou ik zweren dat we midden in het regenwoud liggen. Als ik vervolgens ook nog een paar zwaar beladen vrachtwagens hoor langsrijden, kan het niet missen dat er hier ook illegaal hout wordt gekapt en ben ik geneigd op te staan om mezelf aan een boom te ketenen uit protest.

De ober vertelt ons bij het ontbijt dat we naar roeken hebben geluisterd, en dat het gekrijs ‘gewoon’ van reigers kwam. Die avond rijden we moe maar voldaan terug naar de stad, om uit te rusten van een weekendje kabaal op het platteland. Maar vooral ook wat opgeladen door weer voor publiek op te treden en zoon heeft een beetje Groningen gezien.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden