Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Terschelling wordt gemist

PlusMarjolijn de Cocq

Als ik een schilderij zie van Edward Hopper, denk ik aan Terschelling. Dat is niet eens zo gek bij zijn Lighthouse Hill (1927), al lijkt de vuurtoren in kwestie geenszins op de Bran­daris. Maar bij Hotel Lobby (1943) ontbreekt de logica – wij verblijven er nimmer in een hotel, maar op een vakantieparkje waar de aftandse stacaravan Eline inmiddels heeft plaats­gemaakt voor de luxe cabine Het Pannengat.

De link is boekhandel Rosenberg in Midsland, waar vriendin M. en ik vorig jaar een boek voor elkaar kochten. Ik kreeg De verdwijning van ­Stephanie Miller (2019) van de Zwitser Joël ­Dicker, met op de cover Lighthouse Hill – en ­verslond de pageturner die van de schrijver geen thriller genoemd mag worden want: ‘Ik lees geen thrillers of crime novels. En ik schrijf ze ook niet.’ Waarbij ik me na afloop afvroeg: wat is hier in godsnaam allemaal gebeurd? En: hoe is het mogelijk dat ik hierin zo kon meegaan?

Dat geldt nog veel sterker voor het onlangs verschenen Het mysterie van kamer 622 met het toepasselijke Hotel Lobby op de cover (wederom vertaald door Manik Sarkar voor De Bezige Bij). Daarin is ‘de schrijver’ (ja, hij heet Joël), zwaar onthand: hij heeft zijn uitgever, vriend en leermeester Bernard de Fallois (1926-2018) verloren, én zijn geliefde heeft hem verlaten wegens zijn onaflatende schrijflust/-obsessie. Hij besluit rust en vrede te zoeken en zijn woonplaats Genève te verruilen voor Palace de Verbier – het hotel in de Alpen waar De Fallois graag naartoe ging. ‘En zo begon het,’ schrijft Dicker in de aan de uitgever opgedragen rollercoaster, een murder mystery/gedachtenisroman/spionageverhaal/liefdesdrama rond een fictieve Zwitserse bank.

Bij verschijnen kwam Het mysterie van kamer 622 gelijk de bestsellerlijst binnen, zoals alle boeken van Dicker sinds de lancering van De waarheid over de zaak Harry Quebert in 2012, door De Fallois. De schrijver vertelt over die samenwerking aan een onwaarschijnlijk geïnteresseerde metgezellin (‘‘Vertel!’ eiste Scarlett’) in entr’actes tussen de door de tijd springende verwikkelingen en ontknopingen.

De roman zit vol verwijzingen naar De Fallois, vertelt de schrijver vergenoegd in een uitleg tot slot die er net een te veel is. Maar waarmee in ­ieder geval het even storende als raadselachtige accent van de (Albanese) huishoudster in de ­roman is verklaard; het blijkt een echo van de (zwarte) huishoudster Mammy in Gone with the wind – lievelingsboek van De Fallois. Daarom ook ‘Scarlett’ natuurlijk. Tja.

Het is dat je toch wil weten hoe het afloopt dat je de romannetjestaal, de karikaturen en onwaarschijnlijkheden voor lief neemt. Duidelijk is dat De Fallois node wordt gemist.

Terschelling trouwens ook.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden