Column

Terlouw hing als een regenboog met grijs haar boven het land

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Je ziet het steeds vaker. Mensen die huilen op televisie. Ze gebruiken hun traanvocht als reclameslogan voor een boek, een theaterstuk of een film.

Tranenmelkers zijn het. Soms zie je ze zelfs aftellen. 10, 9, 8 en als de talkshowhost dan net iets te diep in de traanzakjes van de geïnterviewde poert, rollen de tranen over de gepoederde wangen van de persoon die iets probeert te verkopen.

De camera zoomt in op de grootste traan die de cameraman kan vinden. Iedereen kan zien dat de traan van de tranenmelker een halfvolle traan is.

Diens bedroefdheid is niet romig. Het leed niet vettig genoeg. De cameraman zoomt nog veel verder in. De kijkers thuis zien dat er een zin in de traan staat geschreven, maar ze willen de zin niet lezen. De tranen vliegen als reclamevliegtuigjes over het scherm. KOOP MIJN NIEUWE KOOKBOEK! KOOP MIJN NIEUWE KOOKBOEK!

Woensdagavond kon de televisiekijker, als de ziel al niet al te bewolkt was, een aantal volle tranen zien. Jan Terlouw sprak het land toe. Hij was de voice-over van zijn eigen dagdroom. Terlouw hing als een regenboog met grijs haar boven het land waar het haat en afgunst regent.

Zijn pleidooi was de autogordel die we allemaal niet meer lijken te willen dragen. Want we willen uit de bocht vliegen. We willen verandering. We eisen verandering. En met 120 kilometer per uur tegen een boom rijden, is natuurlijk ook gewoon verandering.

Hoe wonderschoon de zinnen van Terlouw ook waren, de toespraak begon pas echt toen deze was afgelopen. De ogen werden zo waterig dat de pupillen op twee muntjes in een wensvijver leken. Maar de tranen rolden niet, nee, ze wilden bij het baasje blijven. Alsof ze pleinvrees hadden.

Het waren ook geen gewone tranen. Terlouw huilde niet omdat hij iets had gepresteerd. Hij had geen gouden medaille gewonnen. Terlouw huilde niet omdat hij pijn had. Ook hadden zijn tranen niets met spijt te maken.

Hij gunde de jeugd een prachtig leven. Een leven zoals het zijne. Maar in zijn gunnen aan anderen zat ook het misgunnen aan hemzelf. En daar kwamen de tranen vandaan. Hij keek naar de toekomst en vroeg zichzelf af of hij nog wel recht op zijn verleden had.

Waarom hij wel? En misschien is dat wel de enige vraag die ons nog kan redden. Waarom ik wel? Waarom heb ik in godsnaam wel recht op dingen? Iedereen kan een ander iets gunnen, dat is makkelijk, maar bijna niemand kan zichzelf iets misgunnen.

Ik keek naar de tranen van Terlouw. De tranen van een vijfentachtigjarige. De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft, maar de traan van een oudere doet je beseffen dat er meer is in het leven dan leven alleen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden