Jaap de Groot Beeld Artur Krynicki

Ten Hag en de halve en hele 6

Plus Jaap de Groot

Erik ten Hag sleutelt al drie maanden aan de oplossing voor het vertrek van Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en in mindere mate Lasse Schöne. Opvallend is dat de hoofdtrainer zijn heil vooralsnog buiten de clubcultuur zoekt. Essentieel in de Amsterdamse speelwijze is namelijk de bezetting van de elftalas. Meestal gevormd door tenminste vier spelers die zorgen dat de onderlinge afstanden rond de 10 meter blijven, dus 30 tot 40 meter tussen de laatste man en de spits. Ronald Spelbos, Frank Rijkaard, John Bosman en Marco van Basten vormden ooit zo’n kwartet, net als Danny Blind, Wim Jonk, Dennis Bergkamp en Stefan Pettersson en later Frank de Boer, Danny Blind, Jari Litmanen en Patrick Kluivert.

Toch kiest Ten Hag voor een ‘dubbele 6’, zoals hij dat noemt. Daardoor staan er niet vier spelers in het verlengde van elkaar, maar drie hele en twee halve. De laatste twee staan een beetje tussen de buitenkant en het midden.

Daar wringt de schoen. Omdat Ten Hag de middelste middenvelder in de punt naar voren laat ­spelen zouden de centrale verdedigers niet naast elkaar, maar in elkaars verlengde moeten staan. Met bijvoorbeeld Joël Veltman, Daley Blind, Donny van de Beek en Dusan Tadic als as.

Alleen blijven bij de huidige speelwijze Veltman en Blind naast elkaar bewegen en ontstaat er achter Van de Beek in het hart van het speelveld een ­gapend gat als de buitenste middenvelders te ver van de as bewegen. Tegenstanders die tegen Ajax iets af willen dwingen spelen juist daar op in. Het was dé troef die Tottenham Hotspur uitspeelde door matchwinnaar Lucas Moura in de open ruimte tussen aanval en verdediging te laten duiken.

Toch ging Ten Hag, na het vertrek van De Ligt, De Jong en Schöne, voor hetzelfde model. Met ­Lisandro Martínez en Edson Álvarez koos hij zelfs voor verdedigers op posities waar Ajax het doorgaans van spelers met een hoge handelingssnelheid, functionele techniek en gevoel voor de ruimte moet hebben.

Tot de tweede helft tegen Fortuna Sittard. Na de 0-0 ruststand speelde Ajax ineens in een samenstelling die de contouren van de huisstijl had. In de hand gewerkt door Van de Beek die zich niet als een ‘halve 6’, maar conform zijn rugnummer als een ‘hele 6’ manifesteerde. Op de elftalas tussen Quincy Promes en Blind in. Met Klaas-Jan Huntelaar als meest vooruit geschoven man klopte het ineens bij de Amsterdammers, die in 45 minuten vijf keer zouden scoren.

Bij Ajax fungeert de elftalas als barometer voor het team. Die controleert de ruimte tussen de linies, ondersteunt het positiespel en voorkomt dat het ­fysiek de techniek overheerst. Het is bovendien een speelwijze die niet van middenvoors, maar vaak schaduwspitsen topscorers maakt. Vraag het maar aan Bosman, Bergkamp en Litmanen.

Daarom was die hattrick van Quincy Promes ­eigenlijk wel logisch.

Jaap de Groot schrijft wekelijks een column over sport voor Het Parool.

Reageren? j.degroot@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden