Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Tegen een referendum zijn was toen rechts

Plus Theodor Holman

Ooit heb ik nog gediscussieerd met Jan Schaefer over een referendum. Ik was tegen, hij voor. Waarover het ging, weet ik niet meer. Iets Amsterdams. Waarschijnlijk was het in 1992, toen we moesten referenderen of we voor of tegen nog meer auto’s in de binnenstad waren. De discussie verloor ik aan alle kanten. Ik betoogde dat zo’n referendum geen zin had.

Tegen een referendum zijn was toen rechts. Wie daarvoor was, was links.

Een aantal jaren geleden veranderde ik van standpunt. Dat had een paar oorzaken. Voortdurend ontmoette ik – vooral na de moord op Theo van Gogh – mensen die meenden dat ze niet werden gehoord. Hun vertrouwen in de politiek nam almaar af. Ze keerden zich af van de politiek. Dat leek mij slecht voor de democratie. In plaats van één keer in de vier jaar zou je juist vaker moeten kunnen stemmen. Daar kwam bij dat ik de macht van de politieke partijen zag afbrokkelen.

Er is geen enkele politieke beweging waarbij ik me helemaal thuis voel. Je bent een heimatlose Linke, zei Groene-hoofdredacteur Martin van Amerongen tegen mij. Ik raakte heimat­loser en heimatloser. Als ik nu eens dit en dan weer dat zou mogen stemmen, zou ik dat prettig vinden. Dus meer referenda. Toen werd GeenPeil geboren.

Wat GeenPeil wilde, was mij op het democratische lijf geschreven. Internetdemocratie, ontworpen door razend slimme jongens en meisjes. Helaas kreeg die partij maar zo’n vierduizend stemmen.

Ik was weer heimatlos.

Intussen kwamen er meer partijen in de Kamer, dus meer meningen, dus een kleine coalitie en dus is er altijd een grote groep die zich genaaid voelt. Geef de genaaiden invloed.

Vóór referenda zijn is nu rechts, wat ik nog steeds wonderlijk vind. Ik weet het, het is angst. Angst dat nexit zal volgen op brexit, dat asiel­zoekers buiten de deur worden gehouden, dat de doodstraf weer in ons leven komt.

Ajakkes!

Het volk (mag ik dat woord nog gebruiken?) ziet men het liefst als een hulpbehoevend kind.

Het land besturen is blijkbaar voor een steeds kleiner wordende elite (mag ik dat woord nog gebruiken?).

Intussen – na 75 jaar – zit onze democratie vol roestplekken. Het ene fundament, de vrijheid van menings­uiting, wordt minder, de ­andere pijler, onze rechtstaat, wantrouwt men steeds meer.

En wij wantrouwen elkaar.

Onze democratie is thans een patiënt met een bureaucratische dwangneurose.

Ik weet wat helpt.

Theodor Holman(1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden