Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Te veel informatie over dode dieren, einde nachtrust

PlusTinkebell

Februari 2008. Mijn eerste keer. De NOS-busjes waren voor mijn werk komen aanrijden en de Partij voor de Dieren stelde kamervragen. Mag je dode dieren gebruiken om kunst te maken? En hoort dit wel thuis op een kunstbeurs? Inmiddels weet ik dat velen, vooral de wat ‘geëmotioneerde dierenliefhebbers’, die vragen met een stellig ‘NEE’ beantwoorden.

De ratio echter, die leert dat er dan weinig kunst meer zou overblijven. In de meeste materialen wordt wel iets van dierenresten gebruikt: papier, potloden, lijm, verf. En eigenlijk in bijna alles wat glimt. Maar daar hoor je nooit iemand over. Terecht overigens. Want zolang het gros van de mensen nog dieren eet of er kleding, bankstellen, tassen of andere non-triviale zaken van ‘verbruikt’, kunnen de dierlijke restanten maar beter worden ingezet voor het bouwen van de wereld om ons heen. Letterlijk. Ze zitten zelfs in bakstenen en in het asfalt van de weg.

Nu is het natuurlijk niet voor niets dat de fabriek waar alle bij de dierenarts geëuthanaseerde huisdieren op één stapel met afgeknipte biggenstaarten worden gegooid (hij staat in het Brabantse dorpje Son) geen rondleidingen organiseert langs de grote verbrandingsoven en dierenrestverwerkingsmachines.
A: je wilt je dode vriend Brutus niet mixen met een anoniem stuk Gretha276
B: gatver!
C: te. veel. informatie. / einde nachtrust.

In het geval van mijn kunstwerk in 2008 was de herkomst van de gebruikte materialen een stuk zichtbaarder en daarmee kennelijk confronterend genoeg om AD-voorpaginanieuws te kunnen worden en viral te gaan. Ik had een soort knuffelbeest gemaakt naar het idee van de Popple, een teddybeer uit de jaren tachtig die je kon openritsen en dan binnenstebuiten kon vouwen zodat hij in een bal transformeerde. Mijn versie bestond uit een opgezette hond die, als je hem openritste en binnenstebuiten vouwde, transformeerde in een opgezette kat.

Na die eerste presentatie op Art Rotterdam, volgden nog vele malen en het heeft me echt veel geleerd over de kunstwereld en haar publiek. I love it om er een paar dagen mensen te kijken. Op de academie werd wel over tentoonstellingen in musea gesproken, maar zo’n commercieel spektakel kwam niet eens ter sprake. Terwijl juist zo’n beurs laat zien wat er nú speelt. Zeker in Rotterdam, waar veel ruimte is voor jonge makers en experiment. Bovendien kan je als kunstenaar je neus wel ophalen voor de kunstmarkt, maar zelfs als je daar volledig omheen wenst te werken (en daar zijn heus legitieme redenen voor te bedenken), kan het helemaal geen kwaad om te weten welke nieuwe Popple nu weer wordt gepresenteerd. Hoe de wereld daarop reageert, wat het kost en of een werk wordt verkocht (niet).

Wat een feest dus, dat vandaag, na anderhalf jaar, Art Rotterdam eindelijk weer opengaat.

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden