Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Te lang heb ik mijn geluk gezocht in het mannelijke trendy knipoogkoken

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Ik ben opeens aan het bakken. Geen biefstuk in een koekenpan, maar zoete dingen in een oven. Ik maak mijzelf wijs dat het door de corona komt. Dat ik door het isolement naar warmte zoek in de huiselijke sfeer, maar de waarheid is dat ik sinds mijn vierde, toen mijn moeder ergens diep in Amsterdam dolgelukkig een zelfgebakken appeltaart op tafel zette, zoet wil bakken.

Wat ik nu doe, is volkomen schaamteloos bakken. Het maakt me niks meer uit wat anderen van me denken. Ik voel aan alle kanten dat bakkende mannen oogluikend worden toegestaan door bakkende vrouwen. Snap ik. Hebben we het zelf naar gemaakt.

Kokende mannen, dat is toch te lang een wat treurig verhaal geweest. Alleen in het weekend en dan nooit eens een normaal gerecht, maar meteen een stuk vlees dat je over je schouder gooit en naar huis moet tillen. Mannen zijn te lang olie en kruiden in het vlees blijven masseren. Te vaak is er in een half olievat een Bretonse kip met zijn reet op een blik bier gezet.

Ik wil nu eens de andere kant van het bakken zien. En ja, dat is wél leuk, heel geconcentreerd een gekonfijte kers boven op zelfgemaakte soesjes leggen. Te lang heb ik mijn geluk gezocht in het mannelijke trendy knipoogkoken.

Laat ik het gewoon toegeven. Ik heb jaren geleden, bij kookwinkel Duikelman in Amsterdam, een Chinees restaurantsetje gekocht. Een flesje voor de ketjap met zo’n wit tuutje er op en heel lieve plastic lepeltjes in de twee bakjes sambal, die langzaam bleken te zijn opgelost als ik ze op tafel zette om mijn vrienden te verrassen.

Ik wil daar bij weg. Ik zoek naar een acceptabele, niet ironische manier van mannen-koken. Ik wil geen insecten roken in een speciale oven en ik wil geen peer serveren die van binnen helemaal van gekookte lever blijkt te zijn.

Ik wil een eenvoudige cake bakken. Dat is het. Daar ligt mijn toekomstig geluk. Het boek van Cees Holtkamp openslaan, alles precies zo doen als hij zegt, op een stoel voor de oven gaan zitten en naar de vleestelevisie kijken (dank Gerard Reve).

Ik wil met een stokje in de cake prikken en dat daarna tegen mijn onderlip doen. Op tafel zetten, wachten tot iemand een plak neemt en dan alleen maar op mijn borst wijzen. Ja, ik. Hier zit hij. Nico, van de onopgesmukte cake, zonder gekkigheid.

Dat ik dat te zijner tijd zal moeten uitleggen aan een volkstribunaal neem ik op de koop toe.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden