Column

'Super is het nieuwe middelmatig geworden'

James Worthy Beeld Agata Nowicka

De slager vraagt aan mij of ik de supermaan nog heb ­gezien. Ik staar naar het stapeltje cordon bleus dat ­achter het glas ligt. Mijn favoriete dagdroom is de ­dagdroom waarin ik het stokje in een cordon bleu ben. Een satéprikker in een warme kruik vol ham en kaas. Zonder het stokje stort alles in elkaar.

De slager vraagt het nog een keer.

"Ik heb de supermaan niet gezien. Was het wat?" zeg ik.

Hij schuift de sukadelappen in een papieren zak en ondertussen kijkt hij naar een vrouw die langs de slagerij loopt. Haar maillot is net zo rood als haar lippenstift. Zo'n dertig seconden later gaat ons gesprek pas verder. "Ik stond op het balkon, maar ik zag niets. Er hingen allemaal wolken voor."

"Als wat wolken een supermaan kunnen blokkeren, begrijp ik überhaupt niet waarom we het over een ­supermaan hebben. Super is het nieuwe middelmatig geworden."

"Er is inderdaad weinig supers aan een supermarkt," lacht de slager.

"Dan kan je lachen, meneer de slager, maar wat is er zo super aan die superslavinken die naast de hamburgers liggen?"

"Ze zijn iets groter dan de normale slavinken."

"Is dat alles? Dus als iets net iets groter is dan het normaal is, is het al super? Dus ik ben niet aangekomen, nee, ik ben gewoon super geworden."

Een andere klant mengt zich in het gesprek. De man oogt verontwaardigd. Op het puntje van zijn neus rust een rijpe mee-eter.

"Ik kan dit werkelijk waar niet aanhoren. Hoe jullie hier over de volste maan sinds 1948 staan te praten. We moeten nu gewoon weer tot 2034 wachten, hè?" zegt de man. Hij heeft de karakteristieke stem van zo'n man die een onnodig grote sleutelbos heeft.

"Heeft u de supermaan gezien dan?" vraagt de slager aan de man.

"Nee, het was te bewolkt."

"Waar hebben we het dan over?" vraag ik.

"Het feit dat we haar niet hebben kunnen zien, wil ­natuurlijk niet zeggen dat ze er niet was. Ze was er, en ze was prachtig, alleen verstopte ze zich onder de dekens."

"Dat vind ik wel mooi klinken. Een overvolle maan, met rode wangetjes, verstopt onder haar winterdekbed. Een superonzekere supermaan," zeg ik. De slager haakt af.

"Juist omdat we haar niet hebben gezien, kunnen we haar vele malen mooier maken dan ze feitelijk was," zegt de man.

"Dus de maan stond zo dichtbij dat we haar eindelijk eens goed konden bekijken?"

"Exact, jonge vriend. Wat zag jij allemaal?"

"Nou, de maan heeft dus helemaal geen kraters, nee, de maan heeft kuiltjes in haar wangen. En misschien is dat wel waar de hemel is. Als we doodgaan, worden we wakker in de kuiltjes in de wangen van de maan," zeg ik.

"Dat bedoel ik. De maan draait helemaal niet om de aarde, ze windt ons gewoon heel langzaam om haar vingers."

"En ik denk dat ik het stokje in de maan zag."

"Het stokje in de maan?" vraagt de man.

"Ja, zonder het stokje stort alles in elkaar."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees hier al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden