Opinie

‘Subsidiebesluiten AFK zijn niet transparant en onrechtmatig’

Het Amsterdams Fonds voor de Kunst oordeelt met schijnobjectiviteit en zijn subsidiebesluiten zijn onrechtmatig. Daarvoor waarschuwt Rob IJsendijk, oud-advocaat bestuursrecht en voorzitter Stichting Vondelpark Openluchttheater.

Beeld Vondelpark Openluchttheater

In Amsterdam krijgt een aantal culturele instellingen niet de toegekende subsidie hoewel zij positief zijn beoordeeld door het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). De reden? Het beschikbare bedrag is verdeeld onder andere instellingen. Maar waarom krijgt instelling A wel de toegekende subsidie maar B niet, terwijl ze beide positief zijn beoordeeld?

Het was teleurstellend dat de raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering (KDD) eind vorige maand niet de scherpte had om Cultuurwethouder Touria Meliani (GroenLinks) en AFK- directeur Annabelle Birnie hierover kritisch te bevragen. Hadden ze dit gedaan, dan zou het debat anders zijn geëindigd. De raad krijgt woensdag een herkansing.

Het AFK plaatst alle positief beoordeelden in een rangorde volgens een puntensysteem. De woordelijke beoordelingen van de subsidieaanvragen worden vertaald in punten en monden zo uit in rapportcijfers. Die cijfers bepalen de rangorde, waarbij de hoogste cijfers het eerst in aanmerking komen voor uitkering van het toegekende bedrag, net zolang tot het geld op is. Zijn er dan nog positief beoordeelde aanvragen over, dan krijgen die niet het toegekende bedrag. Het lijkt een objectief, eerlijk systeem om op basis van rapportcijfers de subsidiepot te verdelen.

Transparantie AFK

Schijn bedriegt. Het AFK is niet transparant, het maakt de toegekende rapportcijfers niet bekend. Geen enkele instelling weet waarom ze op de gegeven plek in de rangorde staat. Zou het AFK wel inzicht geven in de cijfers, dan nog is de gepretendeerde objectiviteit een illusie. Het systeem suggereert een hoge mate van objectiviteit door beoordelingen te ‘vertalen’ naar cijfers en deze de rangorde te laten bepalen.

Het college van b. en w. stelt dat elk eindcijfer op zichzelf staat en geen directe vergelijking met andere aanvragers betreft. Maar rapportcijfers moeten normaliter juist wél met elkaar vergelijkbaar zijn. Wat heeft het voor zin schijnbaar objectieve eindcijfers toe te kennen aan beoordelingen als die daardoor niet onderling vergelijkbaar worden maar wel een onderlinge rangorde bepalen? Als de aanvraag met eindcijfer 20 niet vergelijkbaar is met die met een 15, wat rechtvaardigt dan dat de aanvraag met 20 punten hoger in de rangorde staat dan die met 15 punten?

Als twee leerlingen ieder andere stof bestuderen of een ander examen maken, zijn hun examencijfers niet onderling vergelijkbaar en kun je niet de leerling met een 8,1 wel en die met een 8 niet over laten gaan. Maar dit is wel de consequentie van het AFK-systeem. De schijnbare objectiviteit van het cijfersysteem rechtvaardigt niet de uiteindelijke rangorde tussen de positief beoordeelde aanvragen. De meeste culturele instellingen en hun aanvragen zijn niet onderling vergelijkbaar. Ze hebben allemaal ‘een ander examen gemaakt’, maar krijgen wel een eindcijfer dat hen in een rangorde plaatst en waardoor de ene overgaat naar de volgende vier jaar en de ander afgeschreven wordt.

Bestuursrechter

Deze schijnbaar mathematische beoordelingssystematiek is een façade om gebrek aan integrale visie te maskeren. Ongelijke gevallen verdienen individuele beoordeling, waardoor zij onderling vergelijkbaar worden. Beoordelingen waarin hun verschillende kenmerken en eigenaardigheden naar voren komen maar die ze vergelijkbaar maken doordat ze geschieden in het licht van dezelfde visie. Alleen zo wordt recht gedaan aan het gelijkheidsbeginsel en transparante besluitvorming waarbij individuele ongelijkheden op begrijpelijke wijze worden afgewogen. Nu de integrale visie ontbreekt en dientengevolge de besluiten van het AFK onderling onvergelijkbaar zijn, zijn de subsidiebesluiten in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Het AFK heeft de lastige taak om kunstsubsidies te verdelen. Ik weet zeker dat het die taak naar beste kunnen vervult, maar ook dat dit systeem van schijnobjectiviteit en ongelijkheid tot onrechtvaardigheden leidt. De subsidiebesluiten zullen naar verwachting als onrechtmatig beoordeeld en vernietigd worden door de bestuursrechter. Dus raad en wethouder: voorkom dit en volg het advies van Kunstraad en Amsterdamse Culturele Instellingen, voorkom schade aan de Amsterdamse cultuur.

Rob IJsendijk. Oud-advocaat bestuursrecht en voorzitter Stichting Vondelpark Openluchttheater, waarvan de subsidie is afgewezen.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden