Opinie

‘Strijd voor vrouwenkiesrecht was geen braaf dameskransje’

De strijd voor vrouwenkiesrecht heeft onterecht het imago gekregen van een dameskransje, stellen Mark Bergsma en Agnes Cremers. Terwijl het polderen was, avant la lettre.

Betoging voor vrouwenkiesrecht in 1916. De foto is genomen op de Nassaukade. Beeld Stadsarchief

Op 1 juni 1916 marcheerden ruim 18.000 vrouwen én mannen door hartje Amsterdam.

Gewapend met protestborden en vaandels hadden zij één doel: het veroveren van het vrouwenkiesrecht. Foto’s van de demonstratie laten een goed georganiseerde massabeweging zien. Toch behoort dit beeld van de eerste feministische golf niet tot ons collectief geheugen. Keurig poserende vrouwen, met grote jurken en een vaandel, dat is wat we kennen. Het feministisch activisme wordt eerder met Engeland geassocieerd. Maar archiefmateriaal laat zien dat ook Nederland een activistische feministische massabeweging kende.

In september opende in de Openbare Bibliotheek Amsterdam de tentoonstelling van Atria: De Straat op! 100 jaar vrouwenkiesrecht en activisme, ter ere van 100 jaar vrouwenkiesrecht. Aan de hand van Amsterdamse activisten van nu wordt de bezoeker meegenomen naar de strijd van toen. De strijd is op sommige vlakken niet eens zo anders dan die van nu: het laat ook zien dat de Amsterdam een rijk verleden heeft van feministisch activisme.

Valse framing

Onterecht worden feministen van de eerste golf voornamelijk herinnerd als ‘dames’. Dit was een succesvolle maar valse framing van de socialisten die eerst het algemeen mannenkiesrecht wilden binnenhalen. Vrouwenkiesrecht werd zo weggezet als luxeproduct. Alsof politieke participatie niet alle vrouwen aanging. De kiesrechtstrijd werd in werkelijkheid breed gedragen, door allerlei sociaaleconomische groepen en lagen heen, van stad tot platteland.

In Nederland bliezen de vrouwen geen kerken op en gingen ze niet in hongerstaking, zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar de suffragettes met hun opzienbarende acties jarenlang de krantenkoppen domineerden. Maar rustig was het hier allerminst. In Nederland kozen de feministen voor een meer bij Nederland passend strategisch model: meedeinen met de politiek en pressie op de juiste momenten. Het was polderen avant la lettre.

Onvrouwelijk en vulgair

Dat polderen vond ook binnen de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK) plaats. Zo was de vraag: gaan we wel of niet de straat op? Onze eigen Amsterdamse radicaalfeministe Wilhelmina Drucker (1847-1925) was groot voorstander. Drucker was de eerste vrouw die in 1890 in het openbaar voor het vrouwenkiesrecht pleitte. Ze was beroemd en berucht. Dat maakte ook huiverig. Demonstreren werd als onvrouwelijk en ronduit vulgair gezien. De angst was dat dit averechts zou werken.

Het gebeurde toch. Amsterdam kent drie grote vrouwenkiesrechtdemonstraties. Na het overlijden van Wilhelmina Druckers ‘tweelingzuster in de geest’ Dora Haver (1856-1912) bleek een massale optocht een passend en eervol afscheid. Haver was kiesrechtpionier en al jaren groot voorstander van straatacties. Haar begrafenis mondde zo in 1912 uit tot de eerste vrouwenkiesrechtdemonstratie van Nederland.

Groote betooging

In 1914 hield de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht een vergadering over het volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw. De bijeenkomst in het Paleis voor Volksvlijt werd voorafgegaan door een grote demonstratieve optocht. Hier zijn filmbeelden van bekend, waarop ook Aletta Jacobs (1854-1929) – dan voorzitter van de VvVK – te zien is.

Klap op de vuurpijl was de ‘groote betooging’ van 18 juni 1916. Een demonstratie met een enorme historische waarde. 18.000 vrouwen en mannen gingen de straat op om te demonstreren voor vrouwenkiesrecht. Een enorm aantal, zeker als je bedenkt dat op dat moment nog maar 6,5 miljoen mensen in Nederland woonden. De demonstratie begon bij het tegenwoordige Museumplein, toen IJsclubterrein geheten. De media deden er uitgebreid verslag van, zo schreef De Groene destijds: ‘Doeken, borden en schilden met opschriften stonden in het gras geplant of werden gedragen. Op één lazen wij: ‘Geen sekseverschil bij de stembus’.

De demonstratie vergde nogal wat voorbereiding. Ter illustratie: het nieuws en de promotie rondom de Amsterdamse Women’s March van 2019 – waarbij dit jaar 15.000 demonstranten meeliepen – verliep voornamelijk via sociale media. In 1916 bestonden deze communicatiemiddelen natuurlijk niet. Daarnaast waren destijds de reismogelijkheden veel beperkter: een kleine minderheid bezat een auto en infrastructuur zoals de Afsluitdijk was er nog niet. Toch lukte het de daarvoor speciaal opgerichte propagandacommissie om binnen één maand alle middelen – posters, advertenties, huisbezoeken, folders–- in te zetten om de demonstratie tot een succes te maken.

Moedige strijd

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van hoe de feministen massaal de straat op gingen. De Nederlandse geschiedenis kent vele pioniers, kopstukken en bijzondere verhalen rondom de lange en moedige strijd voor het vrouwenkiesrecht. Aan de framing dat de eerste golf een onderonsje van dames was, moet een einde komen. Te veel historisch materiaal is nog weggestopt in de archieven. Die moeten ontsloten worden zodat dit activistisch verleden tot ons collectief geheugen gaat behoren. “Ik zag onrecht, dan strijd je,” stelde Wilhelmina Drucker 100 jaar geleden. Laten we het onthouden.

Mark Bergsma, curator tentoonstelling De Straat Op! 100 Jaar Vrouwenkiesrecht en Activisme.
Agnes Cremers, curator tentoonstelling De Straat Op! 100 Jaar Vrouwenkiesrecht en Activisme.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden