'Strategisch stemmen berust op misverstanden'

Strategisch stemmen berust op misverstanden, schrijft John Jansen van Galen. Het is kiezen voor het minste van twee kwaden, en wat bereik je?

John Jansen van Galen: 'Het is kiezen voor het minste van twee kwaden. Maar wat bereik je ermee?' Beeld Lieke Janssen

En opeens overwoog ik zowaar op Mark Rutte te gaan stemmen, ­alleen om Geert Wilders tegen te houden! Terwijl op de VVD stemmen, dat dééd je nooit van je ­leven, in mijn vriendenkring - evenmin als gourmetten, bingo spelen of naar Torremolinos gaan. Maar nu hoor ik om mij heen dat men erover denkt het toch te doen, om te voorkomen dat Wilders minister-president wordt.

Dat heet 'strategisch stemmen' en het berust op misverstanden. Het eerste is dat de verkiezingen een wedstrijd zijn en wie de meeste goaltjes maakt, die wint de pot, zoals Louis ­Davids zong, en de pot is dit geval het premierschap. Maar onze parlementaire democratie is geen voetbalmatch.

Zelfs als de PVV de grootste wordt, is de kans klein dat Wilders premier wordt, omdat hij daartoe eerst een coalitie moet vormen die een meerderheid heeft in het parlement en dat zal hem niet glad zitten.

Algemeen wordt verondersteld dat de grootste partij de premier 'levert', maar dat is beslist geen wet van Meden en Perzen. Willem Drees, Jelle Zijlstra, Barend Biesheuvel, Dries van Agt en nog in '94 Wim Kok gingen allen een kabinet leiden zonder dat hun partij de meeste zetels had behaald.

Als de VVD al de grootste wordt is ze genoodzaakt een coalitie te vormen en dan kan het heel goed gebeuren dat een premier aantreedt uit een partij die het midden daarvan vertegenwoordigt, zeg Pechtold of Buma.

Lood om oud ijzer
Strategisch stemmen betekent stemmen op een partij waar je niet echt achter staat om een verkiezingsresultaat te voorkomen dat je helemaal niet wilt. Het is kiezen voor het minste van twee kwaden. Maar wat bereik je ermee?

Stel, je stemde als GroenLinksaanhanger bij de vorige verkiezingen strategisch op Samsom, om Rutte van de overwinning af te houden. Dat lukte niet, en je kreeg een VVD/PvdA-kabinet onder leiding van Rutte. Als het wel gelukt was, had je een PvdA/VVD-kabinet gekregen onder leiding van Samsom. Lood om oud ijzer, vermoedelijk.

Maar als je je bij je oorspronkelijke voorkeur had gehouden, hadden die twee partijen waarschijnlijk geen meerderheid gehaald en was een derde partij nodig geweest om een kabinet te vormen. D66 wellicht? Had je dat niet liever gehad? Dan was bovendien GroenLinks als oppositiepartij groter geweest, wat - naar uit het vervolg is gebleken - niet van betekenis ontbloot was geweest.

John Jansen van Galen Beeld Homeira Rastegar

Uit 'strategische' overwegingen stemmen veel mensen ook niet op kleine partijen, omdat die 'toch geen invloed' hebben. Op die manier blijven kleine partijen altijd klein, maar bovendien klopt het niet.

Kleine partijen hebben in het algemeen juist een invloed die, gemeten naar hun zetelaantal, onevenredig groot is. Ze boren een sentiment aan dat breder leeft dan hun stemmental aangeeft en om verder zetelverlies te voorkomen zijn grote partijen geneigd daar rekening mee te houden.

Het beste voorbeeld is de conservatieve Katholiek Nationale Partij, die in 1948 een zetel veroverde op de Katholieke Volkspartij (een aardverschuiving in die dagen), waarna die haar opstelling tegen Indonesië verhardde en een tweede politionele actie entameerde.

De PvdA ging pas over de atoombewapening discussiëren toen de pacifistische PSP in het parlement kwam. De Politieke Partij Radikalen, afsplitsing van de confessionele partijen, stimuleerde de vroege bewustwording inzake het milieu. En ook van de beginnende SP, de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren kun je vaststellen dat hun invloed groter is dan hun handjevol zetels.

Kleinste partij
En dan: als straks een kabinet van drie, vier, vijf partijen gevormd moet worden met een krappe parlementaire meerderheid, krijgt de kleinste partij daarin veel macht doordat ze 'op de wip' zit en de regering op elk moment ten val kan ­laten brengen. Denk aan Balkenende IV, waarin CDA en PvdA samen een zetel te kort kwamen voor een meerderheid, waardoor het kabinet ­afhankelijk werd van de ChristenUnie.

Strategisch stemmen is in wezen strijdig met de aard van onze representatieve democratie waarin verkiezingen geen wedstrijd zijn, maar een afspiegeling beogen te geven van de werkelijke politieke voorkeuren van de kiezers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden