Opinie

'Stop het schamperen, doe eens mee'

Wel scherpe kritiek uiten, maar zelf niets doen. John Jansen van Galen signaleert de politieke afwezigheid van zijn generatie.

Demonstreren, zoals op 11 maart bij deze mars voor verdraagzaamheid, laat betrokkenheid zien bij de samenleving. Mee besturen kan de volgende stap zijn. Beeld Joris van Gennip

Het is veertig jaar geleden dat ik voor een politieke partij bedankte. In 1978 voerde de PvdA in de Amsterdam namelijk campagne onder de leuze 'Schaefer komt'.

Voormalig staatssecretaris Jan Schaefer ('in gelul kun je niet wonen') wilde zich namelijk als politicus met zijn geboortestad gaan bezighouden en de plaatselijke partijafdeling heette hem welkom alsof de Heiland in aantocht was.

Ik had toen natuurlijk in mijn partijafdeling de strijd dienen aan te binden tegen dit soort 'mannetjesmakerij'. Om desnoods strijdend ten onder moeten gaan. Maar ik haakte af en liet het daarbij, behalve dan met ironische commentaren in de Haagse Post. Ik vierde thuis mijn gelijk.

Is dat niet wat de Franse denker Julien Benda in zijn beroemde essay 'het verraad der klerken' noemde? Wij 'klerken' zitten thuis, weten alles beter en laten het overigens afweten.

Dat meer dan 600 Amsterdammers zich kandidaat stelden voor de nieuwe stadsdeelcommissies is goed nieuws. Ze hebben niks in te brengen dan lege briefjes met goedbedoelde adviezen, maar zijn niet te beroerd taaie dossiers en langdradige vergaderingen te trotseren teneinde aan het bestuur van de samenleving deel te nemen.

Ik niet, mijn vrienden ook niet, we moeten er niet aan denken. Alleen, ze vertegenwoordigen allemaal groepsbelangen. Wie komt er nog voor ons allen op, voor het algemeen belang?

Moreel gelijk
Ik moest hieraan denken toen Tom Pauka, ten tijde van het kabinet-Den Uyl mediastrateeg van de PvdA, onlangs in het opinieblad Argus (liefdewerk oud papier van aan het metier verknochte journalisten) de staf brak over de politieke afzijdigheid van de hedendaagse intelligentsia. Of zeg maar: van zijn en mijn generatie.

Pauka zag onlangs een aantal Nederlandse toneelstukken en wat hem daarin opviel was de vlijmscherpe, meedogenloze maatschappij­kritiek. Ik had dezelfde sensatie bij Het pauperparadijs, naar het boek van Suzanna Jansen, tot 'theaterspektakel' bewerkt door Tom de Ket en deze zomer in Carré.

Daarin wordt het lot van 19de-eeuwse paupers nagenoeg gelijkgesteld aan dat van uitkeringsgerechtigden nu. 'Den Haag' krijgt de bittere schuld.

Het publiek applaudisseert dankbaar, tevreden met zijn morele gelijk. Maar hoevelen onder hen nemen de moeite om die maatschappijkritiek, die ze zo beamen, om te zetten in het bedenken van alternatieven voor alle zorgelijke toestanden?

Saaie dossiervreters
"Wij zijn de nieuwe conservatieven," schrijft Pauka, zichzelf (en mij) niet buiten schot houdend. Wij veroordelen gretig het neoconservatieve beleid, zonder ons af te vragen hoe het dan wel moet.

De gezondheidszorg bijvoorbeeld moet potverdorie weer humaner worden, maar hoe dat te verenigen met de sterk toenemende vraag naar zorg weten wij niet en vragen we ons ook niet af.

Scherpe kritiek geven is gemakkelijker dan het ontwerpen van een program dat de harde kern van de verzorgingsstaat weer vitaal maakt.

Maar niemand in mijn semi-intellectuele omgeving verwaardigt zich nog lid te worden van een politieke partij om zo de steven van de samenleving te wenden. Een partij? We moeten er niet aan denken! Allemaal saaie dossiervreters, vergaderkampioenen en amendementenridders!

John Jansen van Galen is schrijver en journalist. Beeld ANP Kippa

De voorspoedige rekrutering van gegadigden voor de stadsdeelcommissies moge dan een zegen zijn, de moeite die het partijen kost kandidaten te vinden voor gemeenteraden (waar echte beslissingen genomen worden) geeft te denken.

Al nam het aantal leden van politieke partijen recent toe, de verhouding tussen het aantal partijleden en het aantal gekozen volksvertegenwoordigers is zo dat bijna elk partijlid in aanmerking komt voor een zetel.

Misschien zijn de bestaande partijen niet het geschikte vehikel voor nieuw elan en het mobiliseren van denkkracht voor weldoordachte toekomstplannen.

Dan is het zaak betere instrumenten van politieke actie (een 'beweging'? e-democracy? loting?) te ontwerpen en in gang te zetten. Maar wanneer goed geïnformeerde burgers de publieke zaak niettemin links laten liggen, verspelen ze het recht om te schamperen en mopperen op politici.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden