Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Stond ik daar ineens, met het hart in de keel, naast de kist van Cor van Hout

PlusPaul Vugts

De uitvaart van Satudarahkopstuk Etou’s Belserang, dinsdag, paste in een veelbesproken Amsterdamse traditie van onderwereldvarianten op de staatsbegrafenis. Honderden ronkende motoren, een rouwstoet met twintig verlengde limousines en een boel prijzige bolides daar weer achteraan. Rode verkeerslichten en het vuurwerkverbod telden niet.

De commandanten van de enorme politiemacht hadden duidelijk geleerd van de barokke parades waarmee de beruchte criminelen Sam Klepper (2000) en Cor van Hout (2003) ten grave zijn gedragen. De politie toonde dit keer wél macht, maar ook de souplesse om een straatoorlog te voorkomen.

Die begrafenissen van Klepper en Van Hout hebben prominente plekken in mijn mausoleum van onbezonnen journalistieke ondernemingen.

Nadat Sam Klepper met automatisch vuur was omgelegd voor zijn penthouse in Buitenveldert, hadden de Hells Angels hun broeder opgebaard in hun clubhonk achter de toenmalige Bijlmerbajes. Daar begon dus de rouwstoet.

Een collega en ik zagen een ideale kans. Als we doodgemoedereerd binnenliepen, zouden de Angels ons vast beschouwen als kennissen van Klepper en andersom. Mijn hoofd was in het milieu nog onbekend.

Eenmaal binnen bonkte mijn hart in mijn keel. Wat als we toch als ongenode journalisten werden ontmaskerd?! We stonden in de Gregoriaanse klanken naast het biljart, nu een soort altaar vol foto’s van Klepper in betere tijden, in een zwembad op een opblaasbeest.

Eenmaal opgelucht in de auto vielen we gedurende de rijtoer van verbijstering in verbijstering. Motoragenten zetten de A10 af om Klepper snel naar zijn graf te krijgen, in de Spaarndammerbuurt, maar de stoet zwenkte de Jordaan in. Klokgelui uit de Westertoren. Bij wijze van middelvinger naar het gezag knalde vuurwerk voor het hoofdbureau van politie. Motoragenten keken beduusd toe.

Verontwaardiging alom.

Begin 2003 viel Kleppers aartsrivaal Cor van Hout. Zijn uitvaart móest die van Klepper overtreffen. Mijn probleem: de krant verwachtte een passende reportage, maar het spektakel zou pas na de deadline door de stad trekken.

Met een collega beschreef ik de gereedstaande rouwkoets achter acht Friese knollen, de vijftien bolides voor Van Houts naasten… Karig.

Toch maar naar het gebouwtje waar de Heinekenontvoerder lag opgebaard, voor de broodnodige couleur locale. De afscheidsgroeten op kaarten, dat werk. Weer: hart in keel. Op weg naar buiten drukte ik de verkeerde deur open. Daar stond ik, naast de kist. Oef… Hoe discreet we ons ook terugtrokken, een familielid kwam ons achterna en schold ons verrot. Ik begreep hem, dolblij dat het bij schelden bleef.

Belserangs uitvaart was makkelijker. De afscheidsdienst was vanaf de afgezette Hoogoorddreef te zien op een videoscherm.

Bovendien ligt de tijd ver achter me dat ik me door een chef laat verleiden tot het verbreken van de gepaste distantie.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden