Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Stilletjes is het ‘nooit weer’ overgegaan in de onontkoombare terugkeer van ontmenselijking en verdrukking

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Ze zeggen dat wanneer je net vader of moeder bent geworden, je alle dingen door de ogen van je kind gaat bekijken en daardoor alles opnieuw gaat zien, als voor het eerst. Dat is waar, maar voor ons komt er een dimensie bij.

Vlak voor de pandemie werd onze zoon geboren. De kraamtijd ging geruisloos over in het lockdownleven. Soms lijkt het alsof we ons nauwelijks hebben bewogen. Alsof wij ruim twee jaar inge­vroren zijn geweest en nu pas weer ontdooien.

Het oude normaal is terug, maar wij zijn plots een echt gezin. In de buik van mijn vriendin groeit inmiddels onze dochter. Wij zien daadwerkelijk alles haast weer als voor het eerst.

We zaten samen op de bank voor de tv en keken naar de volgepakte Dam bij de Dodenherdenking. Het lijkt wel een wonder, dacht ik: zo veel mensen, zo dichtbij elkaar. Zonder mondkapjes, zonder afzetlinten en looproutes. Twee minuten doodstil.

Daarna kwamen de jaarlijkse video’s die bij de herdenking worden vertoond. Daarin vertellen kinderen en kleinkinderen van nog levende Holocaustoverlevenden het verhaal van hun (groot)ouders. Daarna leggen zij samen met hen een krans.

Dat ontroert me elk jaar weer. Het leven is toch nog doorgegeven, tegen alle waarschijnlijkheid in, vaak dankzij miraculeuze ontsnappingen aan de onmenselijke wreedheid van het naziregime.

De mensen die overleefden, ze kregen toch nog kinderen en die kinderen kregen op hun beurt ook weer kinderen. Nu staan ze daar samen: de jongere telg nog soepel en veerkrachtig, de overlevende vaak traag en broos, maar toch in het bezit van een lijf waarvan je meteen ziet: daar stroomt het soort bovenmenselijke kracht doorheen, dat alleen loskomt in mensen die de afschuwelijkste dingen hebben moeten doorstaan.

Uit de speakers klonk de stem van de zoon van een prachtige oudere dame die Bergen-Belsen had overleefd. De stem zei: “Mijn moeder legt een krans om de hoop in leven te houden dat deze afschuwelijkheden ooit een keer zullen stoppen.”

Niet: nooit meer zullen gebeuren. Nee: ooit zullen stoppen.

Elk jaar vertellen we hoe mensen om het leven werden gebracht om wie zij waren. Stilletjes is het ‘nooit weer’ overgegaan in de onontkoombare terugkeer van ontmenselijking en verdrukking. De zoon wees ons erop dat plechtige erkenning van de wrede geschiedenis niet voldoende is. Hij sprak ons in dat achteloze bijzinnetje ijzersterk aan op onze collectieve verantwoordelijkheid in het nu.

Ik legde mijn hand op de buik van mijn vriendin, in de hoop op een schoppend voetje. Maar ook mijn dochter, nu al even beweeglijk als haar broer, bleef stil.

Ik keek naar het scherm. Naar de zoon en zijn moeder. Naar de honderden onbeschreven gezichten op een rij, zonder anderhalve meter afstand.

Ik dacht: het ís ook een wonder. Het wonder van de nabijheid. Van de onuitgesproken verbondenheid, ondanks alles, met elkaar, tussen de doden en de levenden, tussen het verleden en het heden. Een wonder. Misschien waren we tachtig jaar ingevroren geweest en ontdooiden we nu, op 4 mei, klokslag 20.00 uur.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden