'Steun aan scholen dupeert kinderen'

Schoolbestuurders willen net als de wethouder het aantal categorale scholen verminderen. Elisabeth Bootsma schrijft dat het beleid voor het middelbaar onderwijs vooral is bedoeld om lege scholen te vullen.

Beeld anp

Het Parool kopte vorige week 'Amsterdam wil minder categorale scholen'. Een misleidende kop, want het gaat om een overeenkomst tussen Amsterdamse schoolbestuurders, verenigd in Osvo, en de onderwijswethouder, niet om de wens van kinderen en hun ouders. Wat zij willen is bekend en stabiel, maar dat is niet wat de bestuurders willen.

In 2015 zijn bij de keuze voor centrale loting nadrukkelijk de 'échte voorkeuren' van achtstegroepers centraal gesteld. Strategisch kiezen voor de net iets minder favoriete school is nu onwenselijk en loont niet. Osvo zou voor de planning van het aanbod van voortgezet onderwijs gebruikmaken van deze waardevolle gegevens. De uitkomsten bevestigen het beeld dat al jarenlang bestond: bepaalde scholen hebben te maken met structurele leegstand en er zijn lange reservelijsten voor andere scholen.

In plaats van het aanbod aan te passen, krijgen ouders de schuld, omdat de getoonde voorkeuren Osvo en de wethouder niet aanstaan. De vereniging van schoolbestuurders wil lege scholen efficiënt vullen en dat kan door gewild aanbod krap te houden en een centrale loting te organiseren; de wethouder steunt dat beleid. Om dan in de toekomst nog van 11-jarige kinderen te vragen om zorgvuldig hun échte voorkeur te kiezen, is amoreel.

Gelijke kansen
De wethouder denkt dat met lotingsdwang meer kinderen naar brede scholen zullen gaan en dat daarmee segregatie in het onderwijs wordt tegengegaan. Segregatie is een serieus probleem, dat effectief beleid verdient. Daarbij moet het beste onderwijs voor ieder kind centraal staan.

Een schot voor open doel is dat kinderen, die na de Cito-eindtoets een hoger advies krijgen, een gelijke kans verdienen bij aanmelding. Zij mogen zich echter pas ná de centrale loting aanmelden op de scholen waar dan nog plek is. De wethouder kan haar invloed aanwenden in het belang van deze kinderen, maar zag daarvan af - deze kinderen vinden hun weg wel, is haar overtuiging.

Een scholenmarkt met informatie over alle scholen en workshops over schoolkeuze is een wens van ouders. Gemeente noch Osvo is bereid zoiets te organiseren. Amsterdamse ouders worstelen zich nu met hun kinderen door minstens twaalf drukke open dagen om zorgvuldig de opgedragen 'échte voorkeuren' te bepalen. Uit onderzoek in opdracht van de gemeente blijkt dat vooral hoogopgeleide ouders veel tijd steken in de zo belangrijke keuze voor het vervolgonderwijs. Minder bevoorrechte kinderen zoeken vaker zelf een school uit, dicht bij huis. New York heeft om redenen van kansengelijkheid al jaren een scholenmarkt in november met begeleiding voor wie het nodig heeft.

Hier in Amsterdam is het normaal dat populaire scholen actief leerlingen werven in de (witte) randgemeenten op (besloten) scholenmarkten en dat er tickets en tijdsblokken zijn voor de 'open' dag in Amsterdam. Als we segregatie willen tegengaan, waarom zijn er dan allerlei drempels en waarom krijgen kinderen uit randgemeenten een voorkeursbehandeling?

Voor kansengelijkheid is het weren van onderwijs, waar veel vraag naar is, onbegrijpelijk. Denkt de wethouder soms dat alleen kansrijke kinderen van hoogopgeleide ouders naar deze scholen willen? Het gaat Osvo helemaal niet om het 'tegengaan van segregatie', maar louter om het vullen van lege schoolgebouwen. Door lotingsdwang worden lege scholen gevuld met 11-jarige pechvogels met slechte lotnummers. Zo wordt het voortbestaan van zwakke scholen beschermd over de rug van kinderen die er niet vrijwillig voor hebben gekozen.

Hoogopgeleide ouders
Voormalig wethouder Asscher heeft met de succesvolle kwaliteitsaanpak in het basisonderwijs bereikt dat er nu meer Amsterdamse kinderen kunnen instromen op havo- en vwo-niveau. Het gevolg is meer vraag naar havo- en vwo-onderwijs en dus krapte op de lycea. De keerzijde is leegstand op met name vmbo-scholen. Schoolbesturen hebben nagelaten effectief op deze succesvolle ontwikkeling in te spelen. De wethouder kan haar invloed aanwenden om te voorkomen dat de gevolgen van dit falen worden afgewenteld op kinderen, die op zoek zijn naar onderwijs dat bij hen past.

Een startpunt daarvoor is de vraag waaróm kinderen en hun ouders voor scholen kiezen en vervolgens het gesprek aan te gaan met alle betrokkenen om het onderwijs te verbeteren - over de volle breedte. Want als één ding afgelopen jaren duidelijk is geworden, is het dat het onderwijs veel te veel leunt op de kwaliteiten, inzet en begeleiding van ouders. Kinderen zonder hoogopgeleide ouders die kunnen helpen met lezen en met huiswerk, hebben op onze scholen structureel minder kansen. De Onderwijsinspectie stelde in het rapport Gelijke kansen in 2017 al dat kansengelijkheid te complex is om simpelweg brede scholengemeenschappen als panacee te presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden