Plus Column

Sterven als Jan Konijn

Gijs Groenteman Beeld Linda Stulic

Eergisteren stond Martin Simek, met zijn verrukkelijke Tsjechische accent, op mijn voicemail.

"Gijs, met Martin. Ik ben even in Nederland, morgen vlieg ik weer naar Italië. Maar wat ik je graag wilde zeggen, omdat jij nog een jongen bent die begaan is met alles wat er gebeurt, dat ik echt gekwetst ben dat ik vandaag, terwijl het vijftig jaar geleden is dat Jan Palach zich in brand heeft gestoken, niet alleen voor Tsjechen, maar voor de vrijheid, voor waarden waar West-Europa naar op zoek is, gewoon géén berichtje in de krant vind. Ik hoop dat ik me vergist heb, maar geen één spoor van aandacht voor."

"Daar wilde ik even over spreken met jou, omdat ik er sprakeloos over ben. En je weet dat ik niet zo gauw zeur. Ik hoop dat het goed met jou gaat, tot een andere keer, als ik vrolijker ben, maar dat word ik al gauw als ik met jou praat."

Gisteren belde ik hem terug. Simek zat in de taxi naar Schiphol en klonk alweer wat milder. Maar stomverbaasd dat ik niet bleek te weten wie Jan Palach was.

Jan was een student in Praag, legde hij uit. Toen Martin zelf nog niet gevlucht was, at hij wel­eens met hem, in de universiteitsmensa. Jan was een stille jongen die vaak alleen in een hoekje zat. Martin ging soms bij hem zitten, geïntrigeerd, om te kletsen en om voorzichtig uit te vissen met wie hij te maken had: een communist, of juist niet?

Na het einde van de Praagse Lente vluchtte Martin naar Nederland. Jan Palach bleef. Het groepje studenten waar hij deel van uitmaakte zei: 'Die Russen moeten toch vertrekken als elke week iemand van ons zich in brand steekt?' Interessant idee. Er werd geloot, Jan moest als eerste.

Nadat hij zich verbrand had was er alom verontwaardiging en woede, zijn begrafenis bracht duizenden mensen op de been. Een week later: de volgende student uit het groepje moest zich in brand steken. 'Doe dat nou niet!,' zei iedereen, en dus bleef Jan de enige.

"Maar in Brno was een jongen, Jan Zajíc, dat betekent Jan Konijn, die dacht: de schijterds in Praag hebben zich nooit in brand gestoken, zo gaan de Russen nooit weg! Dus toen heeft hij zich wél in brand gestoken. Maar van Jan Zajíc," vertelde Martin, inmiddels met een sardonische monterheid, "heeft helemáál nooit iemand gehoord, zelfs niet in Tsjechië!"

Wanneer je martelaar besluit te worden kan je als Jezus Christus eindigen, maar waarschijnlijk wordt het Jan Konijn.

Martin moest afronden, Schiphol was in aantocht: "Wat zijn onze roots? Die jongen is voor onze westerse vrijheid gestorven. Maar wij weten niet eens dat hij bestaat, het kan ons geen reet schelen, want de kijkcijfers gaan er niet door omhoog en er wordt geen krant méér om verkocht."

"O ja," zei Martin nog terwijl hij uit de taxi stapte, "als iemand uit jouw omgeving zichzelf met benzine in brand steekt, moet je níet met water blussen!"

"Met wat dan wel?!" riep ik nog. Maar toen had hij al op­gehangen.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.