Opinie

‘Stedelijk Museum verkeert al sinds 2003 in crisis’

Het is tijd dat de afgetreden directeur Beatrix Ruf wordt gerehabiliteerd, betoogt Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht aan de UvA. 

Het Stedelijk Museum met de nieuwbouw – een grote doos met wisselwanden – die moeilijk te exploiteren is. Beeld Nederlandse Freelancers

Op vrijdagavond 18 januari 2019 kwam een heel gezelschap samen in een groot pand aan de Herengracht in Amsterdam. De genodigden kwamen voor wat in de uitnodiging was aangekondigd als ‘a dinner of appreciation’ ter ere van Beatrix Ruf, voormalig directeur van het Stedelijk Museum.

Iedereen was er: oud-leden van de raad van toezicht, (voormalige) sponsors, (ex-)medewerkers van het museum, adviseurs, vrienden, onmiddellijk betrokkenen. Ruf was, naar hun oordeel, in oktober 2017 ten onrechte onder druk gezet door de nog maar net aangetreden voorzitter van de raad van toezicht en enige leden van die raad om, na negatieve publiciteit over haar functioneren als directeur in NRC Handelsblad, af te treden als directeur.

Nadat zij door een onafhankelijke onderzoekscommissie was vrijgepleit, hadden de gemeente, de interim-directeur en de onder­nemingsraad van het museum desondanks haar terugkeer geblokkeerd en de overgebleven leden van de raad van toezicht weggestuurd.

De details van deze gebeurtenissen zijn nauwkeurig gereconstrueerd in het onlangs verschenen boekje De Affaire Ruf, Crisis in het Stedelijk Museum, maar dat is niet de belangrijkste reden van deze publicatie.

Onvoldoende doordacht

Als je terugkijkt in de geschiedenis, dan valt op dat zowel directeur Rudi Fuchs in 2003 als, in 2010, de kwartiermaker van de ‘verzelfstandiging’ van het museum, Gijs van Tuyl, hun carrière met negatieve gevoelens beëindigden. De eerste omdat het door hem in gang gezette renovatieproject van het gebouw, naar een ontwerp van de Portugese architect Siza, door de gemeente op advies van de Commissie-Sanders, die adviseerde over de verzelfstandiging van het museum, was afgeblazen. De tweede omdat hij na de moeizame en kostbare renovatie door het architectenbureau Benthem Crouwel het ­karwei in 2010 niet had mogen afmaken. Van de in het verzelfstandigde museum benoemde zakelijk directeuren vertrekken er in de periode tot 2017 twee, omdat ze ontevreden zijn.

De eerste artistieke directeur, Ann Goldstein, verlengt haar contract in 2013 niet. Haar na een grondige internationale sollicitatieronde aangestelde opvolger Beatrix Ruf moet in 2017 het veld ruimen. Als je dat slagveld vanaf 2003 overziet, dringt zich de conclusie op dat er structureel iets behoorlijk mis is met het museum. Daardoor is de ‘kwestie-Ruf’, afgezien van de individuele details, het type probleem dat je kon verwachten – en dat je ook vóór Ruf al kon zien optreden.

Het begint bij de verzelfstandiging, omdat dat concept toen en nu, naar mijn oordeel, niet voldoende is doordacht. De vragen die daarbij aan de orde komen, zijn: is het museum werkelijk zelfstandig geworden ten opzichte van de gemeente Amsterdam? Hoe is daaraan al of niet vormgegeven? Wat waren de politieke motieven daartoe? Hoe is het management van de nieuwe zelfstandige organisatie geregeld? ­Welke belangengroepen bestaan er rond het museum en hoe zijn zij in die nieuwe structuur al of niet vertegenwoordigd?

Dubbelzinnige constructie

Kort gezegd zijn de antwoorden die het boekje op die vragen geeft, de volgende. Het museum is niet zelfstandig geworden, omdat het economisch volledig afhankelijk is gebleven van de gemeente: de eigenaar van de collectie en het gebouw en de belangrijkste subsidiënt. Weliswaar is de stichting juridisch zelfstandig, maar er blijven informele machtslijnen naar de gemeente lopen. Dat zagen we ook in de affaire-Ruf.

Na de negatieve publiciteit in NRC Handelsblad in oktober 2017, gaat wethouder Kunst­zaken, Kajsa Ollongren, zich langs dit infor­mele kanaal onmiddellijk bemoeien met de positie van Ruf en de besluitvorming van de raad van toezicht, zowel vóór het besluit van de raad als erna. Na de affaire heeft de gemeente de macht ook formeel in handen, door het benoemingsrecht van alle leden van de raad van toezicht naar zich toe te trekken.

De juridische vormgeving van de verzelfstandiging blijkt gebrekkig. Het draait volgens de statuten voornamelijk om het beheren van de collectie van de gemeente. Geen van de ambitieuze doelstellingen van de Commissie-Sanders – dat het museum ‘terug moet naar de top’, tevens de titel van het advies van de Commissie – is in deze opzet terug te vinden.

Het voornaamste motief om te verzelfstan­digen was dat het museum een ‘culturele onderneming’ moest worden, maar dat blijkt een dubbelzinnige constructie. Zo leidt het model van een artistiek en een zakelijk directeur, waarbij de artistiek directeur formeel de baas is, voortdurend tot conflicten.

Paniekvoetbal

Het toezicht is in handen gelegd van een raad van toezicht met onbezoldigde leden, die er voor hun maatschappelijke prestige zitten. Zij krijgen geen vat op een organisatie met twee directeuren in een conflictmodel en naar schatting 200 medewerkers. Bij negatieve publiciteit leidt dit al snel tot paniekvoetbal, zoals we hier – en ook rond de affaire-Gatti in Het Concert­gebouw – hebben gezien. In plaats van de tijd te nemen voor een behoorlijk onderzoek, wordt het probleem – de artistiek leider– zo snel mogelijk van tafel geveegd.

De bedoeling van de verzelfstandiging was met deze culturele onderneming particuliere sponsors aan te trekken, maar de structuur geeft hun geen invloed in de organisatie. Een groot deel van de particuliere sponsors is na deze affaire weggelopen.

Openbaar debat

Verder is er het moeilijke vraagstuk van de artistieke, politieke en economische ‘omgeving’, die al of niet meewerkt aan de verzelfstandiging. Mijn inschatting is dat er in die omgeving veel actoren waren die een echte verzelfstandiging hebben tegengewerkt. In mijn ogen draait het advies dat de Amsterdamse Kunstraad in deze kwestie heeft uitgebracht de doelstellingen van de Commissie-Sanders terug.

Dan is er nog de complicerende factor van de nieuwbouw, waarover van alles valt te zeggen, maar vooral ook dat deze grote doos met wisselwanden moeilijk te exploiteren is. Dat vond directeur De Wilde destijds ook al van de Sandbergvleugel.

Het boekje pleit voor een openbaar debat over al deze structurele kwesties. Een behoorlijke rehabilitatie van Beatrix Ruf, die in de publieke mededelingen van het museum en de gemeente heeft ontbroken, zou daarbij niet misstaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden